Organisatie van de zorg

Spirometrie tijdens pandemie coronavirus

Er zijn diverse adviezen over spirometrie beschikbaar, onder andere van:

De NHG-Expertgroep CAHAG heeft (aanvullende) adviezen over het uitvoeren van spirometrie geformuleerd. De belangrijkste punten uit de diverse adviezen vindt u hieronder.

Inplannen van spirometrie

Van belang is om enkel spirometrie te verrichten waarmee een duidelijke zorgvraag beantwoord wordt. Hanteer als richtlijn de volgende prioritering:

  1. Diagnostische spirometrie voor astma en/of COPD
  2. Evaluatie toegenomen klachten
  3. Evalueren van aangepast medicamenteus beleid
  4. Als er sprake is van een matige ziektelast bij een rokende COPD-patiënt of ongecontroleerd astma

Overleg, indien u twijfelt of een spirometrie zinvol is, met een kaderhuisarts.

Wanneer (voorlopig) geen spirometrie

Verricht in de onderstaande gevallen geen spirometrie, maar stel deze uit en voer een beleid zonder dit diagnosticum.

  • Enig vermoeden op een actieve verkoudheid (zoals hoestklachten of koorts)
  • Astma of COPD-patiënten waarbij de klachten anders aanvoelen
  • Als er geen bacteriefilter gebruikt kan worden
  • Periodieke spirometrie-controle bij een goed gereguleerde patiënt

Persoonlijke beschermingsmiddelen en hygiënemaatregelen

Bij spirometrie is het niet volledig mogelijk om continu 1,5 meter afstand te houden. Daarbij kan spirometrie leiden tot een hoest- of niesprikkel. Hierbij komen wij tot het volgende advies:

  • Houdt u aan de algemene richtlijn infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk.
  • Draag niet steriele handschoenen.
  • Gebruik een chirurgisch masker IIR, gecombineerd met face-shield of bril; of neem plaats achter een spatscherm.
  • Laat ook de patiënt bij binnenkomst de handen desinfecteren.
  • Was uw handen voor en na iedere nieuwe patiënt en houd er rekening mee dat u in aanraking kunt komen met speeksel bij het aanreiken van de spirometer en weggooien van de mondstukken.
  • Gebruik voor elke patiënt een nieuw mondstuk met filter en een nieuwe neusklem.
  • Zorg er voor dat u een schone voorzetkamer gebruikt bij het toedienen van de luchtwegverwijder.
  • Laat de patiënt nooit in uw richting blazen.
  • Zie voor aanvullende adviezen over maatregelen tijdens en na de spirometrie (inclusief reiniging) het CAHAG-advies herstarten spirometrie in de huisartsenpraktijk tijdens de post-piek fase van de COVID-19-epidemie.

Materialen

Om spirometrie op te kunnen starten heeft u de volgende materialen nodig:

  • Bacteriefilters
    • Verricht alleen spirometrie als er een geschikt bacteriefilter beschikbaar is en waarmee voldaan kan worden aan de ATS/ERS criteria voor spirometrie.
    • Ondanks dat mondstukken met een bacteriefilter niet specifiek getest zijn op het tegenhouden van SARS-CoV2-virus lijkt het aannemelijk dat dit wel het geval is, omdat de filters wel getest zijn op bacterie- en viruspartikels die kleiner zijn dan het SARS-CoV2.
    • Let op: het gebruik van een ander bacteriefilter dan standaard meegeleverd kan leiden tot onbetrouwbare spirometrieuitslagen. Neem bij vragen contact op met de betreffende fabrikant
  • Een van de volgende beschermingsmaatregelen:
    • een transparant spatscherm tussen uitvoerder en patiënt, of
    • een chirurgisch masker IIR, gecombineerd met een medisch face shield (gezichtsmasker) of bril
  • Wegwerphandschoenen (niet steriel)
  • Zorg voor voldoende materialen. Zo dient u voldoende neusklemmen en mondstukken (beide na elke test weggooien), en voorzetkamers te hebben.
  • Desinfectans voor handen patiënt. 
  • Let er op dat het snoertje van de spirometer lang genoeg is om 1,5 meter afstand tussen u en de patiënt te houden. Zorg anders voor een (usb-)verlengsnoertje of andere opstelling.

Reiniging na iedere spirometrie

Houdt u aan de algemene richtlijn infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk en aan het schoonmaak- en desinfectieprotocol zoals opgesteld door de fabrikant van uw spirometer.

Ten aanzien van de voorzetkamer:

  • Desinfecteer na huishoudelijke reiniging met alcohol. Het is hierbij van belang het oppervlak voldoende lang (> 30 seconden) in contact te laten komen met de alcohol. Dus zichtbaar nat maken en niet met een half droog doekje afnemen.  
  • Let hierbij op dat alcohol de kunststof wel kan aantasten. Neem eventueel contact op met de fabrikant bij vragen hierover.
  • Laat de voorzetkamer verder gewoon aan de buitenlucht drogen om statische lading te voorkomen, dus niet afdrogen, föhnen, ook niet op de verwarming / radiator zetten. 

Ruimte, ventilatie en tussentijds luchten

  • Voer spirometrie uit in een ruimte die groot genoeg is om voldoende afstand te kunnen houden en goed te ventileren is.
  • Lucht voldoende tussen spirometrie-testen door, afhankelijk van de mogelijkheden in de praktijk. Over het algemeen geldt dat het het veiligst is als de ruimte even niet gebruikt wordt na een spirometrie-test en er in die tijd gelucht wordt, bijvoorbeeld aan het einde van de dag of direct voor de middagpauze.

Patiënten met (vermoeden van) COVID-19 in de wachtkamer

In een eerdere fase van de epidemie met een hoge incidentie van COVID-19 is men op veel plaatsen in de eerste lijn overgegaan op het scheiden van patiëntenstromen, bijvoorbeeld door te voorzien in een aparte wachtkamer, een apart spreekuur voor patiënten met vermoeden van COVID-19, soms zelfs op een andere locatie.

Op dit moment zijn de incidentiecijfers van COVID-19 in Nederland laag. Het is niet voor alle praktijken haalbaar en noodzakelijk om deze aparte voorzieningen in stand te houden. Als u geen aparte spreekuurlocatie heeft waar u patiënten met klachten passend bij COVID-19 kunt zien, maak dan bij het inplannen van een consult op de praktijk de volgende afwegingen:

Telefonisch triage blijft van groot belang. Vraag bij alle patiënten na:

  • Heeft de patiënt klachten passend bij COVID-19?
  • Òf heeft de patiënt een andere reden voor thuisquarantaine?

→ Zo ja: Overleg met de patiënt of het consult uitgesteld kan worden naar een later moment (bijvoorbeeld 2 weken later).

Als het consult niet uit te stellen is èn een visite niet geïndiceerd is:

→ Laat de patiënt naar de praktijk komen, plan het consult bij voorkeur aan het einde van het spreekuur en neem onderstaande voorzorgsmaatregelen:

  • Laat de patiënt enkel in de wachtkamer plaatsnemen met een chirurgisch mondneusmasker op (indien buiten wachten niet mogelijk is)
  • Roep (fors) hoestende patiënten bij voorkeur direct binnen of laat hen buiten wachten tot ze naar binnen kunnen. Geef ook hen een chirurgisch mondmasker.

Wachtkamerbeleid t.a.v. kinderen*:

  • Kinderen t/m 6 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder chirurgisch mondneusmasker in de wachtkamer plaatsnemen, indien:
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid al dan niet met koorts én
    • er geen andere reden voor thuisquarantaine is 

Overige algemene adviezen voor de wachtkamer:

  • In de wachtkamer wordt 1,5 meter afstand tussen personen aangehouden.
  • De wachtkamer is voldoende geventileerd.
  • Streef naar een zo kort mogelijke verblijftijd in de wachtkamer.

Indien het niet haalbaar is om een van de bovenstaande adviezen op te volgen, denk dan na over een praktisch haalbaar alternatief. Oplossingen zijn afhankelijk van de lokale situatie.

*Het wachtkamerbeleid t.a.v. kinderen sluit aan op de adviezen PBM bij kinderen, zie: Persoonlijke beschermingsmiddelen


Reanimatie ten tijde van COVID-19

De besmettelijkheid van het coronavirus en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huisarts, maken dat de wijze waarop de reanimatie wordt uitgevoerd tijdelijk aangepast dient te worden.

Aangezien de prevalentie van COVID-19 in de tijd, maar ook per regio kan wisselen, zal door de huisarts steeds een afweging gemaakt moeten worden tussen maximale zorg voor de patiënt enerzijds en veiligheid voor de huisarts anderzijds. Hierbij speelt ook de kans dat een patiënt COVID-19 heeft mee. Het document ‘Reanimatie ten tijde van COVID-19’ geeft de huisarts handvatten welke afwegingen te maken omtrent de wijze van reanimeren en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.


Geleidelijk hervatten van zorg aan niet-coronapatiënten

Doel van deze informatie is om, gegeven de maatregelen van het RIVM om verspreiding van het coronavirus te voorkomen,  een veilig en efficiënt beleid te ontwikkelen om de reguliere zorg voor uw patiënten weer op te pakken. Het geleidelijk hervatten van zorg aan niet-coronapatiënten bewerkstelligt:

  • Voorkomen van gemiste ernstige diagnoses door uitstel van zorg ten gevolge van Covid-19 beleid of door vermijden van zorg als gevolg van angst voor besmetting (denk ook aan BVO).
  • Voorkomen van onnodige stapeling van zorgvragen.
  • Voorkomen van escalatie van de zorgsituatie bij kwetsbare groepen.
  • Tegemoetkoming aan zorgen en angst.

Uiteraard blijft het noodzakelijk dat u de stappen aanpast naar uw eigen mogelijkheden en waar nodig afstemt met uw regionaal huisartsen netwerk.

Uitgangspunten

  • De huisartsenzorg is afgestemd op de zorgvraag van de patiënten.
  • De praktijk gaat in alle situaties uit van de belangrijkste landelijke (hygiëne)maatregelen van het RIVM, zowel voor het praktijkteam als voor de patiënten: anderhalve meter afstand houden, geen handen geven, op de geëigende momenten handen wassen, papieren hand-/zakdoekjes gebruiken en persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.
  • De zorg voor (mogelijke) COVID-19 patiënten wordt lokaal/regionaal georganiseerd. De belangrijkste ondersteuning daarbij is te vinden in:
    • dit Coronadossier van het NHG voor achtergronden, diagnostiek, behandeling, infectiepreventie en hulpmiddelen in de praktijk;
  • Het is van belang om zowel voor uw praktijkmedewerkers als voor de patiënten een goede balans te vinden tussen de noodzaak om goede zorg te verlenen/ontvangen enerzijds en de angst voor besmetting/veiligheid anderzijds.
  • Besteed voldoende aandacht aan het welzijn van uzelf en uw praktijkteam. Zowel de landelijke hygiënemaatregelen, de veranderde invulling van uw werkdag en uw vrije tijd, en wellicht zorgen om uw familie, vrienden, kennissen of collega’s kosten doorgaans veel energie, zeker als ze lang duren.

Voorbereiding

  • Zorg dat de toegang en de opvolging van levensbedreigende en niet-uitstelbare zorgvragen geborgd blijft: hanteer uw eigen triageprocedure (op basis van bestaande voorbeelden).
  • Maak binnen uw praktijk een inschatting van:
    • de fase waarin de verspreiding van het coronavirus zich bevindt (toename of afname) en de capaciteit die de eerste opvang van mogelijke COVID-19 patiënten vraagt;
    • het aantal zieke COVID-19 patiënten die uw dagelijkse zorg vragen en de werktijd die daarmee gemoeid is;
    • het aantal COVID-19 patiënten die hersteld is en nazorg nodig heeft;
    • het deel/percentage van de beschikbare werktijd dat over is voor niet-coronazorg;
    • de inzetbare formatie van huisartsen, praktijkondersteuners en doktersassistentes.
  • Ga per zorgvraag-categorie na of de toegang en de route voor uw patiënten is geregeld:
    • acute zorg (levensbedreigende klachten, traumatologie);
    • corona-gerelateerde klachten: diagnostiek, telefonische begeleiding, face to face beoordeling, behandeling, verwijzing, nazorg;
    • niet-uitstelbare zorg (zonder coronaklachten):
      • palliatieve en terminale zorg
      • wondzorg
      • nieuw gepresenteerde of uitgestelde klachten in volgorde van urgentie
        (beoordeling, diagnostiek en therapie/verwijzing)
      • complexe medische problemen, anders dan hierboven beschreven
        • kwetsbaar vanwege ouderdom, multimorbiditeit, chronische ziekte, polyfarmacie, hoog complicatierisico
        • kwetsbaar door intensieve behandeling in ziekenhuis vanwege bijvoorbeeld kanker
        • kwetsbaar vanwege gezins- of werksituatie
        • kwetsbaar vanwege psychische en/of sociale problematiek (PsyHAG).
      • Ketenzorg: De POH-S kan op basis van adviezen van de expertgroepen HartvaatHAG, DiHAG en CAHAG patiënten in kaart brengen die als eerste weer benaderd moeten worden.
      • Zorg rondom (nood)anticonceptie en abortus.
      • Diagnostiek van verdachte huidaandoeningen.
    • Alle overige klachten of vragen over gezondheid of ziekte (zonder coronaklachten).
  • Stel vast of en hoe u met uw team veilige triage voor ALLE zorg kunt blijven borgen, en, indien problematisch, stem af met uw regionaal huisartsennetwerk:
    • NIET aan de balie
    • WEL via telefoon en indien mogelijk: beeldbellen, e-consult en internet
    • indien noodzakelijk: face-to-face (consult of huisbezoek)
  • Stel vast of en hoe u gebruik van de noodzakelijke hygiënemaatregelen kunt blijven borgen en, indien problematisch, stem af met uw regionaal huisartsennetwerk hoe dit op te lossen (zie ook Praktische tips voor niet-COVID-19 patiënten van de LHV)
  • Probeer het geschatte percentage beschikbare werktijd voor NIET-coronazorg te verdelen over de overige categorieën (in volgorde van belangrijkheid en gegeven de beschikbare overgebleven capaciteit):
    • chronische zorg voor diabetes, longziekten, hart-/vaatziekten en geestelijke gezondheidsklachten (zie aanbevelingen van CAHAG, DiHAG, PsyHag).
      Begin met ofwel de meest zorgbehoevende patiënten van alle ketens samen of begin met een keten. Bepaal hoe de controles bij stabiele patiënten in aangepaste vorm uitgevoerd kunnen worden (telefonisch, beeldbellen, mail, etc.) en stimuleer thuismetingen.
    • bloedonderzoek
    • urineonderzoek
    • hartritmemeting
    • vaatdrukmeting
    • stop-met-roken-advies en -begeleiding (indien er tijd voor is dan gemotiveerde patiënten (digitaal) begeleiden.
  • Stel de volgende categorieën voorlopig uit:
    • 24-uurs bloeddrukmeting
    • gehoormeting
    • vaginale ring aanmeten en verschonen
    • ziekenhuis-vervangende zorg, zoals kleine chirurgische ingrepen
    • geheugentesten
    • reizigersadvies- en vaccinaties
    • keuringen
  • Overweeg per zorgcategorie of u het verantwoord vindt te wachten, totdat de patiënt zelf contact opneemt en in welke situaties juist uw praktijkteam contact zoekt.
  • Met het weer opschalen van de reguliere huisartsenzorg, neemt het aantal aanvragen voor laboratoriumonderzoek toe. Om de bloedafname voor de patiënt en het laboratoriumpersoneel zo veilig mogelijk te laten verlopen, volgen hieronder een aantal praktische adviezen voor het aanvragen van laboratoriumonderzoek in de eerste lijn:
    • Vraag digitaal aan via Zorgdomein.
    • Kijk kritisch naar de noodzaak en de frequentie van het aan te vragen laboratoriumonderzoek.
      • Nuchter aanvragen van lipidenspectrum is niet nodig (zie NHG-Standaard CVRM).
      • Bij stabiele patiënten met diabetes mellitus type 2 met een acceptabel(e) nuchtere bloedglucose, HbA1c, lipidenspectrum en bloeddruk, voltstaat in principe een zesmaandelijkse controle (zie NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2.
    • Voorkom drukte op de prikpunten.
      • Laat patiënt zoveel mogelijk alleen gaan.
      • Spreiding van de drukte over de dag: bij het laboratorium zijn piek- en daltijden bekend.

Uitvoering

  • Maak een plan:
    •  welke zorgcategorie u komende week wel en niet gaat oppakken en in welke mate;
    •  op welke momenten u deze niet-uitstelbare zorg plant;
    •  hoe en wanneer u de uitgestelde zorg monitort of oppakt;
    •  wie binnen uw praktijkteam deze zorg op zich neemt;
    • welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn:
      • meer tijd bij eerste contact sinds coronacrisis (sociaal, meer te bespreken)
      • andere tijds- en ruimte-indeling praktijkagenda
      • meer tijd nodig voor hygiënemaatregelen
      • zo mogelijk gebruik van face-to-face vervangende contactvormen
        (beeldbellen, telefoon, e-consult) en inzet van eigen metingen patiënt;
    •  hoe u daarover uw patiënten informeert. U kunt deze voorbeeldbrief op uw eigen website plaatsen. U kunt het word-document zelf persoonlijker maken of meer van toepassing op uw praktijk.
  • Evalueer wekelijks op basis van het stappenplan, de mogelijke nieuwe omstandigheden in uw praktijk en de landelijke maatregelen/adviezen en stel bij.

Advance care planning

  • Als u met een kwetsbare patiënt spreekt over zijn/haar behandelwensen, kunt u als hulpmiddel het Handvat gesprekvoering met kwetsbare patiënten over behandelwensen gebruiken. U kunt hierbij benadrukken dat ook indien een patiënt niet op de IC komt, goede zorg binnen of buiten het ziekenhuis mogelijk is.
  • Noteer de wensen in het HIS onder A20.
  • Bespreek zo nodig ook of het LSP opengezet mag worden.

Geen ICPC-code voor het coronavirus

Er is geen ICPC-code voor het coronavirus/COVID-19. Deze pandemie is een onvoorziene gebeurtenis en er gaat altijd tijd overheen voordat een nieuwe code in een HIS aanwezig kan zijn. Daarvoor moet het NHG namelijk de ICPC-tabel en thesaurus aanpassen en elke HIS-leverancier moet dit vervolgens inlezen. Er is voor gekozen om dat vooralsnog niet te doen. Zoeken op de term corona of COVID in uw systeem levert dan ook geen suggesties op. We geven u wel adviezen over hoe u COVID-19 kunt registeren.

Registratieadviezen

  • Bij ongerustheid over het coronavirus/COVID-19:
    Hiervoor kunt u A27 Angst voor andere ziekte gebruiken. Aanpassen omschrijving: Ongerust/vragen over coronavirus of COVID-19.
    Er zijn twee redenen om niet te kiezen voor R27:
    • een SARS-CoV2-infectie kan zich ook met symptomen als diarree, braken en conjunctivitis manifesteren
    • bij een pandemie beperken de vragen en ongerustheid zich niet alleen tot het oplopen van de infectie zelf. Er is vaak sprake van een paniekreactie en existentiële angst die tot uiting komen in een scala van vragen en contactredenen
  • Bij verdenking COVID-19:
    Hiervoor kunt u codering R74 acute infectie bovenste luchtwegen gebruiken. Toevoegen omschrijving: Verdenking COVID-19.
  • Bij patiënten met COVID-19:
    Om het onderscheid te kunnen maken met een BLWI of influenza adviseren we u om R83 Andere infectie(s) luchtwegen te gebruiken. Aanpassen omschrijving: COVID-19-infectie. De bedoeling is om deze code alleen toe te kennen na een positieve test. Het klinisch beeld bij positief geteste personen is te variabel om daarop de diagnose te kunnen stellen.

Advance Care Planning

Wensen wat betreft een ziekenhuis- of IC-opname en/of reanimatiebeleid kunnen genoteerd worden in het HIS onder A20. Als het alleen specifiek de wensen van de patiënt zijn bij een (mogelijke) COVID-19-infectie, zou dit als omschrijving in de episodetitel opgenomen kunnen worden bij de ICPC-code, zoals hiervoor beschreven.

Zie ook Thuisarts.nl.

Post IC-opname

Indien een patiënt lange tijd op een IC opgenomen is geweest, kan er sprake zijn van een langdurige herstelperiode met een scala aan verschillende symptomen en klachten (fysiek, cognitief, psychisch). Intensivisten spreken ook wel over het post-IC syndroom (PICS). Een episode A87 – Complicatie(s) medische behandeling is hierbij passend. Toevoegen omschrijving: na IC-opname COVID-19.

Overleden patiënt

Indien uw patiënt is overleden aan de gevolgen van de COVID-19, kunt u dit vastleggen in uw HIS als A96.01 Natuurlijke dood. Toevoegen omschrijving: COVID-19.

Indien u geen test heeft kunnen doen en u alleen een vermoeden heeft, kunt u aan de omschrijving toevoegen: Verdenking COVID-19.

Dit is voor uw eigen registratie. Voor de cijfers van oversterfte in deze periode is het invullen van het CBS-doodsoorzakenformulier van belang.

Cijfers huisartsenzorg tijdens de pandemie

De cijfers van door huisartsen geleverde zorg en uitkomsten worden verzameld via het NIVEL en de Peilstations. Door het NHG-registratieadvies te volgen worden de trends en de duidelijke toename van de zorgvraag rond Corona en COVID-19 door hen opgepikt en in beeld gebracht.

Ook het RIVM presenteert gegevens over positief geteste overleden patiënten en kijkt vanuit meerdere bronnen naar de verspreiding van COVID-19.

Huisartsen kunnen op dit moment op twee manieren COVID-19-patiënten melden: via NHGDoc/Medicom (initiatief van een software-datacoalitie) en via Zorgdomein (initiatief van de 8 vakgroepen huisartsgeneeskunde, verenigd in het Consortium Huisartsgeneeskunde). 


Inzet en testbeleid zorgmedewerkers 

In de huidige fase van de uitbraak wordt ingezet op maximale controle van COVID-19 onder andere door intensieve contactopsporing. Daarom heeft het RIVM het beleid ten aanzien van testen en inzetten van zorgmedewerkers aangepast.

Vanaf 1 juni geldt:

  • Iedereen in heel Nederland met één of meer van onderstaande klachten moet thuisblijven.
  • Iedereen met dergelijke klachten die passen bij het nieuwe coronavirus kan zich laten testen. Het is van groot belang dat zorgmedewerkers (en hun huisgenoten) zich bij klachten direct laten testen.*
  • Totdat de testuitslag bekend is blijft de persoon met klachten thuis. Als deze persoon koorts en/of benauwdheid heeft, dan moeten ook alle huisgenoten thuisblijven tot na de testuitslag.

* Voor zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis geldt dat zij contact op kunnen nemen met de werkgever voor de procedure rondom testen of zij kunnen zich aanmelden via Rijksoverheid.nl.

De symptomen passend bij COVID-19 zijn:

  • verkoudheidsklachten, zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn en/of
  • hoesten en/of
  • benauwdheid en/of
  • verhoging of koorts en/of
  • plotseling verlies van reuk en/of smaak.

Een onderbouwing hiervoor is te vinden op de website van het RIVM.

Als testuitslag bekend is:

  • Indien de test negatief is, mag een zorgmedewerker met milde klachten (in ieder geval geen koorts) weer aan het werk met algemene hygiënemaatregelen.
  • Indien de test positief is, volgt bron-en contactopsporing door de GGD. Iedereen in het huishouden blijft tot 2 weken na het laatste contact thuis. De positief geteste zorgmedewerker blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen1 EN 48 uur koortsvrij2 EN ten minste 24 uur symptoomvrij3.

1. Start symptomen = ook wel de eerste ziektedag. Indien deze niet bekend is kan de datum van de monsterafname genomen worden.
2. Koortsvrij = temperatuur onder de 38 graden, zonder koortsremmende medicatie.
3. Symptoomvrij van COVID-19 = geen koorts, geen diarree, geen spierpijn, geen keelpijn, geen benauwdheid, geen neusverkoudheid. Symptomen zoals door patiënt en/of behandelaar herkenbaar bij hooikoorts, astma, chronische hoest om andere redenen vallen niet onder symptomen van COVID-19. Moeheid, anosmie, dysgeusie en postvirale hoest spelen geen rol bij de definitie van symptoomvrij. Deze klachten kunnen een paar dagen tot weken langer aanhouden, zoals bekend is bij andere virale verwekkers, zonder dat nog sprake is van besmettelijkheid.

Wat te doen als een huisgenoot of nauw contact** van een zorgmedewerker positief is of klachten heeft?

** Zie voor de definities en meer informatie het Protocol Bron-en contactonderzoek.

zorgmedewerker (zonder klachten) met eenbeleid voor zorgmedewerkervoorwaarden
positief geteste huisgenootthuisblijven tot 14 dagen na het laatste contact*** 
positief getest nauw contactkan werkentot 14 dagen na laatste contact dient zorgmedewerker PBM**** te gebruiken
huisgenoot met luchtwegklachten en koorts en/of benauwdheidkan werkentot testuitslag van huisgenoot bekend is dient zorgmedewerker PBM**** te gebruiken

***In uitzonderingssituaties kan de zorgmedewerker werken, in overleg met bedrijfsarts of GGD, met gebruik van PBM****

**** PBM bestaat uit chirurgisch mondneusmasker type II of IIR en wegwerphandschoenen

Zorgmedewerkers die persoonsbeschermende middelen hebben gebruikt tijdens de verzorging van een patiënt met COVID-19, worden niet als contact geïncludeerd in het contactonderzoek.

Zie voor meer informatie het ‘Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis’ op de website van het RIVM.


Beeldbellen met uw patiënten

NHG, LHV en InEen hebben gezamenlijk een overzicht gemaakt van bestaande beeldbelapplicaties. De applicaties zijn vergeleken met behulp van verschillende criteria, waarop u kunt filteren om tot een bij u passende applicatie te komen. Deze tabel wordt wanneer nodig een keer per week geüpdatet. De adviezen over de inzet van digitale communicatiemiddelen en applicaties geven weer welke zaken van belang zijn bij beeldbellen.


Naar boven