Nazorg

Achtergrondinformatie

  • Er is geen wetenschappelijk bewijs beschikbaar over de optimale nazorg voor patiënten post-COVID. Op dit moment is ook onvoldoende bekend in welke mate er op lange termijn risico is op long-, hart- en vaat en/of hersenschade.
  • Er zijn aanwijzingen voor een verhoogd risico op trombo-embolische complicaties in zowel de acute fase als de herstelfase. Voor indicaties van tromboseprofylaxe zie ‘Tromboseprofylaxe
  • Een aanzienlijk deel van de patiënten houdt langdurig (>4 weken) klachten na het doormaken van een COVID-19-infectie. Deze klachten zijn uiteenlopend, onder meer respiratoir (kortademigheid), algemeen (vermoeidheid, pijn), cardiaal (pijn op de borst, hartkloppingen), neurologisch (hoofdpijn, concentratiestoornissen), psychologisch (somberheid, angst) en KNO-gebied (aanhoudend verlies reuk-/smaakvermogen). 
  • De hoeveelheid aan symptomen gedurende de acute fase lijkt verband te houden met de ernst van postinfectieuze klachten. Echter ook bij milde symptomen tijdens de acute fase van ziekte bestaat er een kans op het ontwikkelen van post-COVID-19-klachten. 
  • Bij kinderen worden ook post-COVID-19 klachten beschreven, zij het in veel mindere mate. In sommige gevallen leidt dit tot beperking van dagelijkse activiteiten.
  • Houd zolang patiënt mogelijk besmettelijk is de geldende maatregelen aan. Voor het opheffen van isolatie-maatregelen zie Besmettelijke periode en besmettelijkheid.
  • Op basis van expert-opinion heeft de FMS een leidraad Nazorg voor IC-patiënten met COVID-19 en een leidraad Nazorg voor patiënten met COVID-19 opgesteld. Deze laatste is gericht op patiënten die in het ziekenhuis zijn behandeld of thuis zijn vervolgd dan wel behandeld. Onderstaande informatie is hierop gebaseerd.

Voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen

  • Licht patiënt, indien u dit eerder niet al had gedaan, in over het mogelijke beloop van de herstelperiode: afhankelijk van de ernst van de ziekte kan het herstel weken duren met fysieke, psychische en cognitieve klachten.
  • Afhankelijk van de situatie kunnen de volgende adviezen gegeven worden met betrekking tot de herstelfase:
    • Zorg voor een goede voeding met voldoende eiwit inname
    • Voorkom overbelasting o.a. door vaker en korter belasten en het vinden van balans tussen ontspanning en rust
  • Aandacht voor de geestelijke gesteldheid van naasten en mantelzorgers is van belang.

Aanvullende adviezen bij ontslag uit het ziekenhuis of andere instelling

  • De huisarts heeft een coördinerende of monitorende rol in de nazorg van COVID-19 patiënten, afhankelijk van de complexiteit van zorg en regionale afspraken. Het verdient de voorkeur de verdeling van de verantwoordelijkheden onderling af te stemmen.
  • Overweeg na ontslag contact met patiënt op te nemen om te inventariseren hoe het gaat, of de benodigde zorg opgestart is en aansluit bij de situatie van de patiënt. Heb hierbij aandacht voor fysieke, psychische en cognitieve klachten en de voedingstoestand van patiënt.
  • Sommige patiënten zullen de instelling verlaten met gecontinueerde zuurstof in de thuissituatie. Zie voor meer informatie de Leidraad zuurstofgebruik thuis bij (verdenking op / bewezen) COVID-19.
  • Ga bij terugkeer van uw patiënt uit het ziekenhuis na of deze (hydroxy)chloroquine heeft gekregen. Indien dit het geval is, voer dan bij deze patiënten met terugwerkende kracht (hydroxy)chloroquine in het dossier in. Het advies is medicatiebewaking uit te voeren tot 28 dagen na staken van chloroquine en tot 100 dagen na staken van hydroxychloroquine. Chloroquine en hydroxychloroquine hebben namelijk een lange halfwaardetijd en geven een aantal interacties. Chloroquine verhoogt onder andere de concentratie van digoxine,waardoor dosisaanpassing van digoxine bij start en stop van (hydroxy)chloroquine noodzakelijk kan zijn.

Controle en Verwijzing

  • Overweeg laagdrempelig contact te houden met patiënt in de herstelfase. Bepaal in samenspraak met patiënt de frequentie van controle afspraken.
  • Let bij controle op klachten die kunnen wijzen op klinische verslechtering (ziek zijn, dyspneu, pijn op de borst, hoesten, haemoptoe), verlies van spiermassa en achteruitgang in conditie, ondervoeding en klachten van psychische en/of cognitieve aard.
  • Verwijs bij klinische verslechtering zo nodig naar een medisch specialist, meestal een longarts.
  • Verwijs zo nodig naar (para)medisch hulpverleners, zoals naar de fysio- of oefentherapeut, ergotherapeut, logopedist en/of diëtist. Het KNGF heeft een standpunt Fysiotherapie bij patiënten met COVID-19 uitgebracht, het NVD een Behandelplan van diëtist bij COVID-19 na ontslag uit het ziekenhuis en Ergotherapie Nederland de handreiking Ergotherapie bij COVID-19-cliënten in de herstelfase
  • Patiënten die voldoen aan de indicatie en voorwaarden kunnen tijdelijk aanspraak maken op paramedische herstelzorg na COVID-19 vanuit de basisverzekering. Voor de indicaties zie ‘indicaties voor eerstelijns paramedische herstelzorg bij COVID-19’. De verzekerde moet wel het eigen risico van zijn/haar zorgverzekering betalen. Vooralsnog geldt deze regeling tot 1 augustus 2021.
  • Bij klachten op meerdere domeinen kan een multidisciplinaire aanpak van toegevoegde waarde zijn.
  • Ambulante geriatrische revalidatie kan geïndiceerd zijn wanneer na ontslag uit het ziekenhuis een ernstige terugval plaatsvind en/of klachten aanhouden. Zie hiervoor ook het Behandeladvies post-COVID-19 (geriatrische) revalidatie, module ambulante geriatrische revalidatie van Verenso. Ambulante geriatrische revalidatie richt zich primair op laag of matig belastbare, meestal oudere personen, veelal met comorbiditeit en pre-morbide kwetsbaarheid.

Naar boven