Infectiepreventie

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Vanwege de coronapandemie is het van belang om bij alle patiënten die gezien moeten worden (in de huisartsenpraktijk, op de huisartsenpost of middels een visite) te beoordelen of er (mogelijk) sprake is van COVID-19. Dit gebeurt tijdens de telefonische triage. Dit heeft namelijk gevolgen voor het gebruik van PBM tijdens de verschillende spreekuren en visites.

Na triage wordt een indeling gemaakt in

  • patiënten met (vermoeden van) COVID-19. Deze worden vaak gezien op een zogenaamd ‘coronaspreekuur’
  • patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19

De gevolgen die dat heeft voor het gebruik van PBM zetten we hieronder uiteen voor de spreekuursetting. Vanzelfsprekend gelden de adviezen ook voor de visites.

Soms is geen adequate triage mogelijk, zoals in spoedsituaties. In dat geval wordt PBM-gebruik gelijkgesteld aan het gebruik bij patiënten met (een vermoeden van) COVID-19.

Patiënten die op een spreekuur komen dat lang van tevoren wordt gepland, zoals het spreekuur van de POH, krijgen de instructie om niet te komen bij klachten die kunnen passen bij COVID-19 (zie Thuisarts.nl) en bij twijfel tevoren contact op te nemen.

Uitgangspunten

De uitgangspunten zijn gebaseerd op informatie van het RIVM, Factsheet ‘Wanneer is welk mondmasker nodig?’ van de Rijksoverheid en op de Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS.

De kans op besmetting is afhankelijk van de volgende drie factoren:

  1. Frequentie van contacten met besmette patiënten
  2. Duur van het contact met besmette patiënten
  3. Viral load van besmette patiënten

Als er ten minste 1,5 meter afstand kan worden gehouden is de kans op besmetting gering en zijn er geen PBM nodig. In situaties waarbij dat niet het geval is, neemt de kans op besmetting toe als meerdere factoren aanwezig zijn.

Omdat er nog enige onduidelijkheid bestaat over de rol van subklinische patiënten in de verspreiding van het coronavirus zijn de consequenties hiervan voor de zorgmedewerkers niet eenduidig vast te stellen. De adviezen voor persoonlijke beschermingsmiddelen zijn op deze onzekerheid aangepast.

Voor alle patiëntencontacten gelden nog steeds de volgende adviezen:

  • Zorg ervoor dat patiënten/bezoekers 1,5 meter afstand kunnen houden.
  • Overweeg fysieke barrières, zoals plexiglas, in situaties waar 1,5 meter afstand niet (goed) mogelijk is.
  • Houd zoveel mogelijk ten minste 1,5 meter afstand (bijvoorbeeld tijdens de anamnese).
  • Beluister de longen door de patiënt van achter te benaderen en voer keelonderzoek uit, voor zover mogelijk, zonder een spatel te gebruiken.
  • Bespreek de uitkomsten van lichamelijk onderzoek, diagnostiek of behandeling, na afloop, zodat u weer 1,5 meter afstand kunt houden.

PBM bij patiënten met (vermoeden van) COVID-19

Bij patiënten waarbij er een vermoeden is van COVID-19 én bij patiënten waarbij geen adequate triage mogelijk is, zoals in spoedsituaties, zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor druppel- en contactisolatie geïndiceerd.

Aanbeveling

  • Gebruik in alle gevallen:
    • minimaal een chirurgisch mondneusmasker type IIR  
    • wegwerphandschoenen
    • een beschermende bril
    • een beschermend schort/doktersjas. Een wegwerpschort met lange mouwen, een halterschort over kleding met korte mouwen, een doktersjas die de bovenkleding bedekt, dit alles in combinatie met goede handhygiëne, mits de doktersjas na gebruik wordt gewassen op 60 graden.

Adviezen bij kinderen met klachten passend bij COVID-19

  • Kinderen t/m 6 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder PBM gezien worden indien:
    • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
    • ze géén volwassen gezinslid hebben met klachten passend bij COVID-19 én
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid al dan niet met koorts.
  • Bij kinderen vanaf 7 jaar met vermoeden van COVID-19 worden net als bij volwassenen persoonlijke beschermingsmiddelen voor druppel- en contactisolatie aanbevolen.
  • Als de klachten van een kind als herkenbaar onveranderd passen bij een reeds bestaande aandoening (zoals hooikoorts of astma), zijn PBM niet nodig.

Aanvullende adviezen voor een zogenoemd ‘corona-spreekuur’:

  • Zet de patiënt die hoest een chirurgisch mondneusmasker op.
  • Wissel na elk consult de handschoenen. Pas handhygiëne toe na uittrekken handschoenen (na elke patiënt)
  • Gebruik het masker maximaal 3 uur aaneen; verwissel het eerder als het nat is geworden.
  • Het schort en de veiligheidsbril kunnen gedurende het gehele luchtwegspreekuur gebruikt worden.

Advies t.a.v. meerdere visites achter elkaar bij patiënten met (vermoeden van) COVID-19:

Conform het advies voor het coronaspreekuur, kunt u het masker ophouden en gebruiken voor meerdere visites achter elkaar. De veiligheidsbril kunt u in principe ook ophouden. Indien u ook het schort/doktersjas aan zou houden, dan wordt hoogstwaarschijnlijk het interieur van de auto besmet. Het RIVM raadt dit laatste dan ook af.


PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19

Bij patiënten waarbij er géén vermoeden is van COVID-19 zijn geen persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor druppel- en contactisolatie geïndiceerd volgens de Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS. Alleen bij risicovolle handelingen is het wenselijk dat de huisarts zich beschermt. Daarnaast kunnen praktische overwegingen een reden te zijn om af te wijken van de leidraad, vooral in gebieden met hoge prevalentie van COVID-19.

Aanbeveling

Gebruik bij risicovolle handelingen* een chirurgisch mondneusmasker type IIR en een beschermende bril. Bij voorkeur in combinatie met beschermende schort (zie eerder) en wegwerphandschoenen. 

* Risicovolle handelingen zijn diagnostische of therapeutische handelingen waarbij de zorgverlener met hoge frequentie, over langere tijd (per patiënt langer dan 3 minuten), zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt. In het bijzonder als bovendien de kans bestaat op contact met slijmvliezen in het mond-, neus-, keelgebied of waarbij handelingen hoesten of niezen mogelijk uitlokken. (Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS).

  • Overweeg tijdens een spreekuur standaard een doktersjas te dragen, mits deze na gebruik (aan het eind van het spreekuur) wordt gewassen op 60 graden).
  • Adequate basis-hygiënische maatregelen blijven onverminderd van belang.
  • Voor kinderen t/m 12 jaar kan voor alle handelingen worden volstaan met basis-hygiënische maatregelen. Dit betreffen dus kinderen waarbij er géén vermoeden is van COVID-19.

Praktische overweging

Als de huisarts tijdens een spreekuur niet bij elke patiënt de afweging wil maken of PBM geïndiceerd zijn, kan hij/zij overwegen om tijdens een spreekuur een chirurgisch mondneusmasker met beschermende bril aaneengesloten te dragen (gebruik het masker maximaal 3 uur aaneen; verwissel het eerder als het nat is geworden).


PBM bij aerosolvormende handelingen in de huisartsenpraktijk

Bij de volgende handelingen in de eerste lijn bij vermoeden van COVID-19 is een FFP2 ademhalingsmasker noodzakelijk:

  • Vernevelen
  • Reanimatie

Gebruik van PBM

  • Zie voor instructie over GOED gebruik van de beschermende middelen (nodig voor goede effectiviteit): NHG-Praktijkkaart Aan- en uittrekken persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Pas na het uittrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen altijd handhygiëne toe.
  • Voer alle disposables na gebruik af als restafval in een goed afgesloten plastic zak. 
  • Reinig en desinfecteer het niet-disposable instrumentarium en de beschermende bril. Alcohol kan de coating van de bril beschadigen. Check daarom de gebruiksaanwijzing van uw beschermende bril of reiniging en desinfectie op een andere manier moet plaatsvinden. Was beschermende kleding voor meermalig gebruik op een temperatuur van ten minste 60 °C.

Lees meer over de exacte specificaties van de beschermingsmiddelen.


Schoonmaken spreekkamer na luchtwegspreekuur

  • Geadviseerd wordt om aansluitend aan het luchtwegspreekuur de spreekkamer schoon te maken: reinig en desinfecteer de onderzoeksbank, stoel van de patiënt en de deurklink (zie Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen).
  • Aangezien reiniging/desinfectie aansluitend aan het spreekuur verricht wordt, kan degene die het spreekuur heeft uitgevoerd en PBM draagt vast de onderzoeksbank, stoel van de patiënt en de deurklink reinigen en desinfecteren. Laat bijvoorbeeld een collega de schoonmaakspullen aangeven. Het is natuurlijk aan de praktijk om hier afspraken over te maken.
  • Na schoonmaken ruimte extra goed ventileren.
  • Ruimte verlaten en buiten de spreekkamer PBM uitdoen.
  • Als het reinigen en desinfecteren niet gebeurt door degene die het spreekuur met PBM heeft uitgevoerd, ventileer dan alvorens de spreekkamer te betreden. Draag in elk geval wegwerphandschoenen en een niet-vocht-doorlatend halterschort. Reinig en desinfecteer de onderzoeksbank, stoel van de patiënt en de deurklink (zie Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen).

Landelijk inzicht in voorraad en vraag PBM

Een belangrijk probleem op dit moment is het tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen bij sommige zorginstellingen. Op landelijk niveau wordt daar nu een oplossing voor gezocht.

Vanuit het ministerie van VWS is er een nieuwe webapplicatie, de PBM Corona app, waarin alle prioritaire zorginstellingen (ziekenhuizen, huisartsen(posten), ambulancediensten en GGD’en) hun voorraad en behoefte aan PBM moeten aangeven. Met deze informatie kan de meest efficiënte distributie van PBM over Nederland geregeld worden. Het PBM-team van GGD GHOR Nederland en de regionale coördinatoren (ROAZ-regio’s) verzorgen de inventarisatie en (her)distributie van bestaande en nieuwe voorraden. Individuele huisartspraktijken hoeven zich niet aan te melden. Dit loopt via de huisartsenpost.


Handhygiëne en handen schudden in de huisartsenpraktijk

Optimale (hand)hygiëne is van belang om besmetting van het virus te voorkomen.

In de NHG-Richtlijn Infectiepreventie staat: ‘De handen zijn een belangrijke besmettingsweg. Handhygiëne is één van de belangrijkste maatregelen om overdracht van micro-organismen naar (andere) personen, lichaamsdelen of voorwerpen (en vice versa) te voorkomen.’

Het kabinet adviseert om geen handen te schudden om verspreiding van het coronavirus te voorkomen. U kunt de poster Voorkom verspreiding van bacteriën en virussen. Handen schudden. ophangen in uw praktijk.


Aanbevelingen voor handdesinfectie en handreiniging

  • Handdesinfectie met handalcohol heeft de voorkeur boven het toepassen van handhygiëne, mits de handen niet zichtbaar verontreinigd zijn of contact hebben gehad met lichaamsvochten, secreta, slijmvliezen of niet-intacte huid.
  • Pas voorafgaand aan een schone en aseptische werkwijze altijd handdesinfectie toe.
  • Laat de handen goed drogen na het gebruik van handalcohol.
  • Was de handen met water en gewone, vloeibare zeep:
    • als zij zichtbaar verontreinigd zijn;
    • na contact met lichaamsvochten, secreta, slijmvliezen of niet-intacte huid (zowel van de hulpverlener als van de patiënt), dus ook na:
      • snuiten van de neus;
      • hoesten en niezen;
      • toiletgang.
  • Droog de handen na het wassen goed.
  • Pas na het wassen van de handen met water en zeep géén handdesinfectie toe.
  • Raak uw ogen, neus en mond zo min mogelijk aan.

Zie hier de NHG-Richtlijn Infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk, hoofdstuk Handhygiëne. Zie ook de publiekswebsite van de WHO (Engelstalig) en Thuisarts.nl voor meer informatie over handhygiëne.


Eisen persoonlijke beschermingsmiddelen

Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten aan de volgende eisen voldoen:

  • Een chirurgisch mondneusmasker moet voldoen aan norm NEN-EN 14683, type IIR (niet-vochtdoorlatende variant).
  • FFP2-masker/FFP1-masker. Een ademhalingsbeschermingsmasker moet voldoen aan norm NEN-EN 149 + A1.*
  • Veiligheidsbril. Een veiligheidsbril voldoet aan de norm NEN-EN 166, waarbij ook de zijkanten beschermd zijn tegen spatten of spuiten (veiligheidsbril).
  • Een beschermend schort. Een wegwerpschort met lange mouwen, een halterschort over kleding met korte mouwen in combinatie met goede handhygiëne of een (dokters)jas met lange mouwen, mits deze na gebruik wordt gewassen op 60 graden).
  • Wegwerphandschoenen:
    1. Gebruik handschoenen met een CE-markering (minimaal categorie II) volgens de Europese richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen (89/686/EEG) (1) én volgens het Besluit Medische Hulpmiddelen (= Europese richtlijn 93/42/EEG) (5).
    2. Gebruik handschoenen die wat betreft functionaliteit en veiligheid voldoen aan de volgende drie normen:
      1. NEN-EN 420 +A1 én
      2. NEN-EN 374-1, 2 (met een AQL van 1,5 of lager (= prestatieniveau 2) én
      3. NEN-EN 455-1, 2, 3, 4
    3. Gebruik latexvrije en poedervrije wegwerphandschoenen, bij voorkeur van hypoallergeen materiaal.

* Bepaalde mondmaskers die buiten de EU (o.a. China en de VS) zijn goedgekeurd, zijn gelijkwaardig aan FFP2- en FFP3-maskers die voldoen aan de Europese norm. Welke mondmaskers goedgekeurd zijn, kunt u lezen in het bericht van de IGJ. Uit kwaliteitscontrole blijkt echter dat de Aziatische maskers niet altijd goed aansluiten bij Europese gezichtsvormen waardoor lekkage kan ontstaan. Met name bij smalle gezichten kan dit voorkomen. Zorg om lekkage te voorkomen voor een gladgeschoren huid en controleer voor gebruik altijd of een masker goed aansluit op uw gezicht middels de fit-test (zie hieronder). Het document ‘Controle van adembeschermingsmaskers’ geeft nog verdere duidelijkheid. Indien het masker niet goed aansluit, kies indien voorradig een ander masker.

Fit-test masker (RIVM):
1. Plaats masker, druk buigzame rand goed om neus
2. Indeuken bij inademing
3. Uitdeuken bij uitademing
4. ‘Voel’ of het masker goed afsluit en geen lekkage vertoont

Zie ook voor algemene informatie over persoonlijke beschermingsmiddelen:


Leveringsproblemen handdesinfectans

De beschikbaarheid van handdesinfectans is beperkt. Daarom mogen producten die door het Ctgb zijn toegelaten voor menselijke hygiëne, maar waarvoor de producent geen virusclaim in Nederland heeft geregistreerd, nu ook worden ingekocht voor professioneel gebruik in de zorgsector. Dit is besloten door het ministerie van VWS en afgestemd met het RIVM, het Ctgb en gebaseerd op adviezen van de WHO.

Het betreft een vrijstelling voor het gebruik van desinfectantia voor de bestrijding van COVID-19 die:

  • als Product Type 1 door het Ctgb zijn toegelaten in Nederland (toepassing voor menselijke hygiëne PT01), én
  • minimaal één van de volgende werkzame stoffen bevatten:
    • Alcoholen (minimaal 70%)
    • Waterstofperoxide (minimaal 0,5%)
    • Natriumhypochloriet (minimaal 0,1%).

Deze stoffen met genoemde concentraties zijn effectief tegen coronavirussen indien schone handen conform het gebruiksvoorschrift ingewreven worden.

Uw leverancier kan u helpen kiezen welke producten aan bovenstaande eisen voldoen. Ook kunt u in de toelatingenbank van het Ctgb vinden welke middelen op de Nederlandse markt zijn toegelaten voor menselijke hygiëne (PT01).


Infectiepreventie in de huisartsenpraktijk

Adviezen over infectiepreventie voor de Nederlandse huisartsenpraktijk:

Meer informatie over gebruik van mondneusmaskers vindt u in het document Persoonlijke beschermingsmiddelen – voorbeeldwerkafspraak. Bekijk ook het instructiefilmpje ‘Correct opzetten FFP masker’ op dokterhoe.nl.


Hergebruik PBM

Hergebruik van chirurgische mondneusmaskers: het NHG heeft geen informatie over hergebruik van chirurgische mondneusmaskers.

Hergebruik van FFP1/FFP2-maskers: uit een pilotonderzoek van het RIVM bij adembeschermingsmaskers blijkt dat sterilisatie met waterstofperoxide en stoomsterilisatie bij 121 graden tot een acceptabele kwaliteit leidt van herverwerkte adembeschermingsmaskers. Kanttekening daarbij is dat er slechts beperkt onderzoek is gedaan naar het tegenhouden van deeltjes door hergebruikte mondmaskers en maximaal 2 maal herverwerkt kan worden. Er zijn geen duidelijke instructies over hoe de uitvoering plaats moet vinden en hoe maskers na herverwerking op kwaliteit getest moeten worden. Disposable mondmaskers zijn op de markt gebracht voor eenmalig gebruik en na herverwerking vervallen alle CE-markeringen en kwaliteitscertificaten. De organisatie die de herverwerking heeft uitgevoerd is dan verantwoordelijk voor de kwaliteit en productveiligheid van de maskers. Het RIVM vermeldt ten slotte dat herverwerkte maskers alleen als laatste redmiddel tijdens de pandemie moeten worden ingezet. Om deze redenen geeft het NHG geen adviezen over hergebruik in de eerstelijn. Hergebruik kan uiteraard wel in samenspraak met lokale voorzieningen.


Naar boven