Diagnostiek

Telefonische triage

  • Neem bij patiënten met koorts, luchtwegklachten, gastro-intestinale klachten of conjunctivitis telefonisch een anamnese af, zoals u dat gewend bent, en probeer een inschatting te maken van de ernst van het ziektebeeld. U kunt hiervoor de NHG Triagewijzer gebruiken.
  • Bij luchtwegklachten: zie de NHG-Standaard Acuut hoesten voor ‘Overwegingen bij het telefonisch consult’. Specifiek bij (vermoeden van) COVID-19 kan de huisarts vragen naar hevige vermoeidheid en inspanningstolerantie om een indruk te krijgen van de mate van dyspnoe/hypoxemie. Patiënten met COVID-19 ervaren relatief weinig klachten van kortademigheid, terwijl sprake kan zijn van ondersaturatie; mogelijk geven vermoeidheid en verminderde inspanningstolerantie hier een betere indruk van.
  • Probeer bij patiënten met koorts zonder luchtwegklachten een inschatting te maken van de mogelijke focus en de ernst van het ziektebeeld.
  • Volg bij gastro-intestinale klachten de NHG-Standaard Acute diarree.
  • Volg bij klachten van conjunctivitis de NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma.

Het merendeel van de patiënten heeft milde klachten en zal zonder beoordeling thuis kunnen verblijven. Wanneer beoordeling nodig is, dan maakt de huisarts in eerste instantie telefonisch of via een videoconsult een inschatting van de ernst van de klinische situatie. Als dat niet voldoende informatie geeft, dan zal fysieke beoordeling nodig zijn (zie Handelen bij klinische beoordeling). Een klein deel heeft spoedeisende hulp nodig (zie Ambulance).

Patiënten met luchtwegklachten (al dan niet met koorts) worden meestal op een luchtwegspreekuur gezien. Overweeg ook patiënten met gastro-intestinale klachten, een conjunctivitis of een anosmie, die klinisch beoordeeld moeten worden, te zien op een luchtwegspreekuur.


Klinische beoordeling patiënten met luchtwegklachten

In spoedeisende situaties maakt de huisarts gebruik van de ABCDE-systematiek.

De systematiek voor de beoordeling van patiënten met een luchtweginfectie is conform de systematiek in de standaard Acuut hoesten
Een fysieke beoordeling (bijvoorbeeld bij alarmsymptomen) is erop gericht om een indruk te krijgen van de mate van ziekzijn.

Symptomen die een indruk kunnen geven van de mate van ziek zijn bij volwassenen met acuut hoesten: koorts, tachypneu, tachycardie, tekenen van hypotensie en bewustzijnsverandering (verwardheid, sufheid).

Specifiek bij (vermoeden van) COVID-19, in aanvulling op bovenstaand, geeft de saturatie een indruk van de ernst van het ziektebeeld. Een niet-benauwd ogende patiënt met een normale of licht verhoogde ademhalingsfrequentie kan toch een (zeer) lage saturatie hebben.

Ziekenhuisopname is geïndiceerd bij een ernstig zieke patiënt, klinisch snelle achteruitgang of als de patiënt zuurstofbehoeftig is, tenzij met de patiënt anders wordt overeengekomen.


Handelen bij klinische beoordeling

Bij patiënten bij wie na telefonische triage is vastgesteld dat deze gezien moeten worden in de huisartsenpraktijk, op de huisartsenpost of middels een visite èn waarbij er een vermoeden is van COVID-19, zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor druppel- en contactisolatie geïndiceerd.

Dit betreft patiënten met luchtwegklachten (met/zonder koorts). Overweeg ook bij patiënten met gastro-intestinale klachten, een conjunctivitis of een anosmie, die klinisch beoordeeld moeten worden, PBM te gebruiken. 

Gebruik in alle gevallen:

Adviezen t.a.v. een zogenoemd ‘luchtwegspreekuur’:

  • Wissel na elk consult de handschoenen. Pas handhygiëne toe na uittrekken handschoenen (na elke patiënt)
  • Gebruik het masker maximaal 3 uur aaneen; verwissel het eerder als het nat is geworden.
  • Het schort en de veiligheidsbril kunnen gedurende het gehele luchtwegspreekuur gebruikt worden.

Advies t.a.v. meerdere visites achter elkaar bij patiënten verdacht voor COVID-19:

Conform het advies voor het luchtwegspreekuur, kunt u het ademhalingsbeschermingsmasker ophouden en gebruiken voor meerdere visites achter elkaar. De veiligheidsbril kunt u in principe ook ophouden. Indien u ook het schort aan zou houden, dan wordt hoogstwaarschijnlijk het interieur van de auto besmet. Het RIVM raadt dit laatste dan ook af.

Naast het dragen van beschermingsmiddelen kunnen huisartsen bijdragen aan hun eigen veiligheid door de volgende maatregelen:

  • Houd bij het afnemen van de anamnese ten minste 1,5 meter afstand.
  • Beluister de longen van achter de patiënt en blijf uit het zicht van de patiënt bij doorzuchten.
  • Vraag de patiënt hoesten te vermijden en/of een chirurgisch mondneusmasker op te zetten als deze hoest.
  • Doe geen routine keelonderzoek en als het toch nodig is, gebruik dan geen spatel.
  • Zie voor instructie over GOED gebruik van de beschermende middelen (nodig voor goede effectiviteit): NHG-Praktijkkaart Aan- en uittrekken persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Beperk de fysieke beoordeling tot de zieke patiënten of verdenking op ernstig ziekzijn.

Pas na het uittrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen altijd handhygiëne toe. Voer alle disposables na gebruik af als restafval in een goed afgesloten plastic zak. Reinig en desinfecteer het niet-disposable instrumentarium en de beschermende bril. Was beschermende kleding voor meermalig gebruik op een temperatuur van ten minste 60 °C.

Lees meer over de exacte specificaties van de beschermingsmiddelen.


Handelen bij patiënt met luchtwegklachten in de praktijk

Zet de patiënt in een aparte ruimte en geef hem een chirurgisch mondneusmasker als hij fors hoest.

Gebruik als huisarts persoonlijke beschermingsmiddelen (zie handelen bij klinische beoordeling).

De ruimte waar de patiënt heeft verbleven hoeft niet extra geventileerd te worden. Reinig en desinfecteer de ruimte hierna volgens de NHG-Richtlijn Infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk.


Aanvullend onderzoek bij patiënten met luchtwegklachten

  • Voor bepaling van het CRP: zie de indicaties en de interpretatie en consequenties voor het beleid de paragraaf aanvullend onderzoek uit de NHG-Standaard Acuut hoesten
  • Als u een X-Thorax geïndiceerd vindt: overleg dan van tevoren met het ziekenhuis vanwege de te nemen maatregelen in verband met het coronavirus.

Testbeleid in de huisartsenpraktijk bij vermoeden van COVID-19

Verricht bij verdenking op COVID-19 in de huisartsenpraktijk diagnostiek volgens het advies Testbeleid in de huisartsenpraktijk bij vermoeden van COVID-19. Het NHG heeft in samenwerking met het RIVM dit advies uitgebracht. Diagnostiek kan zinvol zijn voor het organiseren van de zorg bij patiënten met (mogelijk) COVID-19. Denk aan patiënten die gebruik maken van thuiszorg of die gaan verblijven in een zorginstelling.

Voor het behandelbeleid heeft diagnostiek naar COVID-19 in de eerste lijn in het algemeen weinig meerwaarde aangezien er geen (vroeg)behandeling beschikbaar is. Soms zal diagnostiek bijdragen aan het bepalen van het inzetten of nalaten van een behandeling als het gaat om patiënten met risicofactoren voor een ernstig beloop of als het gaat om patiënten met een pneumonie.


Naar boven