Toediening (COVID-19-vaccinatie)

Veiligheid praktijkmedewerkers

De persoonlijke beschermingsmaatregelen tijdens het vaccineren zijn beschreven in het NHG-Addendum Organisatie van het vaccinatiespreekuur in de huisartsenpraktijk in tijden van COVID-19: Addendum bij de NHG-Praktijkhandleidingen ‘Griepvaccinatie’ en ‘Pneumokokkenvaccinatie’.

De ziekte COVID-19 en het vaccineren tegen COVID-19 maken veel emoties los in de samenleving, zowel bij voor- als tegenstanders. Het is mogelijk dat praktijkmedewerkers en patiënten te maken krijgen met agressie. Het LHV heeft met de veiligheidsregio’s afspraken gemaakt om uw veiligheid te waarborgen.

Een belangrijk onderdeel van deze veiligheid is dat u niet zelf bepaalt wie u vaccineert, maar criteria krijgt wie wanneer aan de beurt is.

Voor alle huisartsenpraktijken die ingezet worden als toedienlocatie maakt de politie een afspraak op locatie (AOL). Hierdoor weet de politie bij meldingen direct dat het een vaccinatielocatie betreft en zal daarnaar handelen. Voor huisartsen betekent dit dat als zij bij ongeregeldheden 112 of 0900-8844 bellen, zij ervan uit kunnen gaan dat er versneld wordt opgetreden. De huisartsen hoeven vooraf niet zelf actief de politie te benaderen. Het is de bedoeling dat de veiligheidsregio’s contact opnemen met de huisartsen. Dit loopt meestal via de GHOR en de ROAZ in de regio.

Anafylactische reactie

Anafylaxie is waarschijnlijk bij een acuut (binnen minuten of uren) begin van de volgende klachten na blootstelling aan een allergeen (bron: NHG-Behandelrichtlijn Geneesmiddelen en zuurstof in spoedeisende situaties):

  • klachten van huid of slijmvliezen (urticaria, pruritus, of ‘flushing’, zwelling van lippen, tong of uvula), en:
  • ≥ 1 van de volgende symptomen:
    • verlaagde bloeddruk:
      • ≥ 12 jaar: systolisch ≤ 90 mmHg of > 30% verlaging van de uitgangswaarde voor die patiënt
      • kinderen < 12 jaar: kenmerken van hypotensie (verhoogde pols, collapsneiging)
    • tekenen van een bedreigde ademhaling (dyspneu, piepen, stridor, hypoxie, gevoel van zwelling in de keel)
    • gastro-intestinale klachten (krampende buikpijn of braken)

Hypotensie na blootstelling aan een voor de patiënt bekend of aannemelijk allergeen kan ook duiden op anafylaxie.

Handel bij anafylaxie als volgt (zie tabel 2).

  • Geef adrenaline intramusculair (zie voor doseringsadvies onderstaande tabel).
  • Herhaal dit iedere 5 tot 15 minuten bij onvoldoende effect, verergering van de klachten of hypotensie.
  • Bel (intussen) een ambulance met A1-indicatie.
  • Geef 10 tot 15 liter zuurstof/minuut (bij kinderen: 10 liter) via een non-rebreathing masker (indien beschikbaar).
  • Geef bij reacties met bronchospasme of bij patiënten bij wie na toediening van adrenaline en hemodynamisch herstel bronchospasme persisteert enkele pufjes salbutamol (zie voor doseringsadvies onderstaande tabel).
  • Breng zo mogelijk een infuusnaald in, spuit deze eventueel door met minstens 2 ml NaCl 0,9%.
  • Geef bij shockverschijnselen ringerlactaatoplossing of NaCl 0,9%.
  • Geef clemastine (intraveneus of intramusculair). (Zie voor doseringen en toedieningsvorm onderstaande tabel).
  • Overweeg in afwachting van de ambulance dexamethason intraveneus/intramusculair toe te dienen ter voorkoming van een late reactie. Dit heeft minder prioriteit dan toediening van adrenaline, clemastine en inbrengen van een infuusnaald en eventueel infusievloeistof.
MedicatieDosering Contra-indicatiesWerkingssnelheid/-duur
Adrenaline 1 mg/ml;
ampul 1 ml
Volwassene en kind ≥ 12 jaar: intramusculair 0,5 mg (= 0,5 ml)
Kind < 12 jaar: intramusculair 0,01 mg/kg (max. 0,5 mg)
Geef bij:
0-6 jaar: 0,15 mg (= 0,15 ml)
6-12 jaar: 0,3 mg (= 0,3 ml)

Herhaal zo nodig na 5 tot 15 minuten
Na 3-5 min
Salbutamol
dosisaerosol 100 microg/dosis
vernevelvloeistof* 1
mg/ml; 2,5 ml flacon 2
mg/ml; 2,5 ml flacon
Volwassene: 4-10 pufjes met
voorzetkamer
Kind: 4-8 pufjes met voorzetkamer
Volwassene en kind ≥ 5 jaar:
vernevelen** 2,5-5 mg
Kind < 5 jaar: vernevelen** 2,5 mg
Binnen 5 min.
Duur: 4-6 uur
Clemastine
1 mg/ml; ampul 2 ml
Volwassene: intramusculair of
langzaam*** intraveneus 2 mg
Kind > 1 maand: intramusculair of langzaam*** intraveneus 25-50 microg/kg (max. 2 mg)
Intramusculair na 45-60 min. Intraveneus na enkele min.
Duur: ongeveer 12 uur
Dexamethason
4 mg/ml; ampul 1 m
Volwassene: intramusculair (of
langzaam*** intraveneus) 4-8 mg

Kind > 6 maanden: intramusculair (of langzaam intraveneus) 0,15 mg/kg (max. 4 mg)
Na enige uren
Tabel Medicatie bij anafylaxie

* Facultatief geneesmiddel: de huisarts of huisartsengroep bepaalt welke middelen deze beschikbaar wil hebben
** Geef 6 tot 8 liter zuurstof/minuut om de (minimaal 4 ml) vloeistof in de vernevelkamer te vernevelen (vul eventueel aan met fysiologisch zout). De vernevelkamer kan worden aangesloten op een vernevelmasker.
*** Langzaam = in 2-3 minuten;  zeer langzaam = in 4-5 minuten

Het vaccinatiespreekuur

Behalve het toedienen van het vaccin en het innemen van de oproep voor het vaccin (voor de eigen administratie) zijn er extra handelingen nodig bij de COVID-19-vaccinatie in vergelijking met de griepvaccinatie.

  • Bij gebruik van AstraZeneca is de patiënt ≥ 60 jaar.
  • Gezondheidscheck bij binnenkomst.
  • Controle op (absolute) contra-indicaties bij binnenkomst.
  • Controleren of patiënt opt-in toestemming heeft ingevuld.
  • Controle op tijdsinterval eerste en tweede toediening. Borgen dat tweede toediening mogelijk is na eerste toediening.
  • Na doorgemaakte COVID-19 is 1 vaccinatie voldoende.
  • Halveren oproep voor inname bij eerste vaccinatie en eventueel aantekenen wanneer eerste vaccin gegeven is op de oproepkaart voor de tweede toediening.
  • Vaccinatieregistratiekaartje invullen en sticker(s) met vaccinnaam en batchnummer plakken.
    • Tip: gebruik een datumstempel bij het invullen van de vaccinatieregistratiekaartjes.
  • Voorlichten over mogelijke bijwerkingen na vaccinatie.
  • Na vaccinatie is bij alle vaccins 15 minuten observatie na vaccinatie nodig.

Vaccinatieregistratiekaartje

Bij de vaccinatie krijgt elke gevaccineerde een vaccinatieregistratiekaartje mee.

Hierop staan:

  • naam + geboortedatum van de patiënt (door de patiënt zelf in te vullen)
  • vaccinatiedatum eerste prik (invullen door uitvoerder, eventueel met behulp van een datumstempel)
  • productnaam en batchnummer eerste prik (sticker, geleverd door het RIVM)
  • vaccinatiedatum tweede prik (in te vullen door uitvoerder, eventueel met een datumstempel)
  • productnaam en batchnummer tweede prik (sticker, geleverd door het RIVM)

Van de uitvoerder wordt gevraagd om een datum op het kaartje te schrijven of te stempelen, een sticker erop te plakken en het kaartje aan de gevaccineerde te overhandigen. U mag de toediening ook registreren in het gele vaccinatieboekje van de patiënt.

Waarom dit papieren registratiekaartje?

  • Patiënten doen vaak zelf een melding bij Bijwerkingencentrum Lareb als zij bijwerkingen hebben; hiervoor hebben ze deze gegevens nodig.
  • Patiënten kunnen zelf terugvinden met welk vaccin zij gevaccineerd zijn en hebben gemakkelijk toegang tot de bijsluiter.
  • Ook patiënten die geen toestemming hebben gegeven om hun gegevens door te geven aan het centrale register CIMS, kunnen aantonen dat ze gevaccineerd zijn.
  • Een kaartje geeft vertrouwen dat er openheid is tegenover de patiënt over het middel waarmee die persoon is gevaccineerd.

Toediening van het AstraZeneca-vaccin

Visuele instructies vindt u in de bijlage.

  • Het AstraZeneca-vaccin wordt intramusculair toegediend in de bovenarm (m. deltoïdeus). Als er niet in de bovenarm gevaccineerd kan worden, kan de vaccinatie in het bovenbeen worden toegediend (m. vastus lateralis). Het vaccin mag niet subcutaan of intradermaal worden toegediend, omdat het dan slechter werkt of zelfs onwerkzaam is.
  • Het vaccin in de flacon is gereed voor gebruik en zwenken of omdraaien is niet nodig. Niet schudden of stoten.
  • 1 flacon bevat 10 dosis van 0,5 ml. Omdat de flacon enigszins overvuld is, kunnen er 11 tot 12 vaccins van 0,5 ml uitgehaald worden. Deze mogen alle 12 worden gebruikt. Het is wel toegestaan 1 dosis op te trekken uit 2 verschillende flacons.
  • Bij het gebruik van een langere naald (38 mm) voor patiënten met morbide obesitas trekt u de normale hoeveelheid van 0,5 ml op. De dode ruimte in de naald is gering.
  • Bij grootschalige vaccinatiesessies kan de optreknaald in de vaccinflacon met vaccinvloeistof blijven, totdat er 10 tot 12 dosis zijn klaargemaakt. Bij kleinschalig of individueel vaccineren, waarbij geen 10 tot 12 spuiten direct achter elkaar klaargemaakt hoeven te worden, kan dat niet in verband met het risico op contaminatie.
  • Na het aanprikken van de flacon is deze 6 uur op kamertemperatuur houdbaar, maar dien in principe zo snel mogelijk toe.
  • Bij 2 tot 8 ºC is een aangeprikte flacon uiterlijk 8 uur houdbaar.
  • Een vaccinflacon kort uit de koelkast halen om een dosis op te trekken en dan weer terugplaatsen in de koelkast mag, zolang de temperatuur < 8 °C blijft. Een vaccinflacon (al dan niet aangeprikt) die > 8°C is geweest, mag niet meer teruggeplaatst worden in de koelkast. Deze moet binnen 6 uur gebruikt worden.
  • Het vaccin in de toedieningsspuit mag op kamertemperatuur tot 6 uur na het verwijderen van de flacon uit de koelkast vervoerd en toegediend worden. De injectiespuit moet voor de injectie worden ontlucht tot de naaldopzet. Verder ontluchten kan gepaard gaan met vaccinverlies.
  • Controle op het aanprikken van een bloedvat voorafgaand aan het inspuiten van het vaccin is niet noodzakelijk.
  • Toediening van een (vrijwel) volledige dosis (> 90%) van het vaccin is nodig. Als dat niet is toegediend, moet de vaccinatie direct worden herhaald. Dit mag in hetzelfde ledemaat. Een eventueel dubbele dosis is niet schadelijk en geeft ook niet meer bijwerkingen.
  • Na vaccinatie vloeit er vaak een druppel vaccinatievloeistof terug op de huid. Dit is niet erg; er hoeft geen nieuwe vaccinatie gezet te worden.
  • Laat bij gebruik van bloedverdunners 2 minuten afdrukken zonder te wrijven. Lees in het onderdeel contra-indicaties meer over de adviezen bij gebruik van een cumarinederivaat of DOAC.
  • Observeer de patiënt na toediening 15 minuten in verband met risico op een anafylactische reactie. Observeer bij een anafylactische reactie in het verleden 30 minuten.
  • Een aangebroken flacon mag rechtop, zonder te schudden of stoten, vervoerd worden voor vaccinatie aan huis. Het vaccin mag ook opgetrokken in de spuit vervoerd worden.
  • Het vaccin bevat genetisch gemodificeerd virus. Als er vaccin geknoeid is, dient er met geschikt desinfectans te worden schoongemaakt.

De veilige toedieningsnaald die u geleverd krijgt, de BD Eclipse veiligheidsnaald, heeft een wit ‘rokje’ in het bevestigingsgedeelte, waardoor de naald goed bevestigd kan worden op een toedieningsspuit. Het is belangrijk dat u deze naald goed aandrukt op de spuit. U kunt hierbij enige weerstand voelen, waarna het ‘rokje’ verder naar binnen schuift. Als de naald niet verder over de tip van de spuit geschoven kan worden, is deze goed bevestigd.

NB Deze naald kan niet gebruikt worden in combinatie met een spuit met een Luer Lock Adapter. Houd daar in de toelevering rekening mee.

Houdbaarheid
ASTRAZENECA
<2°C2-8°C8-30°C
Vaccinflacon  onaangebrokencold chain-incident:
zie NB. 1
Tot de expiratiedatum
(maximaal 6 maanden)
6 uur
Vaccinflacon aangeprikt
of vaccin opgetrokken in spuit
cold chain-incident:
zie NB. 1
Zo spoedig mogelijk gebruiken 
(uiterlijk 8 uur na eerste
keer aanprikken flacon 
(mits continu tussen 2-8°C))
Zo spoedig mogelijk gebruiken 
(uiterlijk 6 uur)   NB. De totale beschikbare tijd na
aanprikken van de flacon is 8 uur,
waarvan zo nodig maximaal 6 uur
op kamertemperatuur.
Tabel. Houdbaarheid COVID-19 Vaccine AstraZeneca.
Transport
ASTRAZENECA
<2°C2-8°C8-30°C
Auto, fiets of lopend
(buiten of binnen locatie)
  Vaccinflacon onaangebroken 
cold chain-incident:
zie NB. 1
Tot de maximale
expiratiedatum
6 uur
 Auto, fiets of lopend
(buiten of binnen locatie)
    Vaccinflacon aangeprikt 
(vervoeren zonder optreknaald)
of vaccin opgetrokken in spuit
cold chain-incident:
zie NB. 1
Zo kort mogelijk
(maximaal 8 uur na
aanprikken eerste flacon 
(mits continu tussen 2-8°C))
Zo kort mogelijk 
(maximaal 6 uur)  NB. De totale beschikbare tijd na
aanprikken van de flacon is 8 uur, 
waarvan zo nodig maximaal 6 uur
op kamertemperatuur.
Tabel Transport COVID-19 Vaccine AstraZeneca.*

* Altijd goed inpakken (rechtop). Instructies ‘goed vaccinbeheer’ in acht nemen (zie bijlage Goed Vaccinbeheer).

NB 1: Bij een mogelijke afwijking van de temperatuur (dus buiten de 2-8 °C) en bij andere incidenten waarbij het vaccin betrokken is geweest (bijvoorbeeld te lang gewacht met toedienen), moet de uitvoerende organisatie direct telefonisch contact opnemen met RIVM-DVP via telefoonnummer 088-678 8900. Zie paragraaf 7.2.

NB 2: Deze informatie is gebaseerd op de SmPC en informatie van de fabrikant en kan door voortschrijdend inzicht nog aangepast worden.

NB 3. Een vaccinflacon kort uit de koelkast halen om een dosis op te trekken en dan weer terugplaatsen in de koelkast mag, zolang de temperatuur < 8 °C blijft. Een vaccinflacon (al dan niet aangeprikt) of vaccin opgetrokken in de spuit, die/dat > 8°C is geweest, mag niet meer teruggeplaatst worden in de koelkast. Deze moet binnen 6 uur gebruikt worden.

FabrikantSoort 
vaccin
DosisAantal 
doses
Streef-
interval
in
weken
Minimum-
interval
in dagen
Window-
interval
in dagen
PfizermRNA0,3 ml2in de 6e week1935-42
ModernamRNA0,5 ml24 weken2525-35*
AstraZenecarecombinant 
vector
0,5 ml2in de 12e week2884
Tabel Overzicht intervallen van de in Nederland geregistreerde COVID-19-vaccins

* In de SmpC staat dat in de effectiviteitsstudie vooraf aan de registratie vrijwel alle personen de tweede dosis 25-35 dagen na de eerste dosis ontvingen. Dit interval kan nog aangepast worden als er meer informatie beschikbaar is. 

Combineren met andere vaccinaties, zoals tetanus

Het COVID-19-vaccin wordt niet tegelijk met een ander vaccin toegediend. Er zijn geen gegevens beschikbaar over gelijktijdige toediening met een ander vaccin. Hanteer daarom een interval van minimaal 14 dagen tussen toediening van het COVID-19-vaccin en andere vaccins. Zo is duidelijk of eventuele klachten bijwerkingen van het COVID-19-vaccin zijn.

Organiseren vaccinatiespreekuur  | Registreren

Naar boven