Risicogroepen

Hoogrisicogroepen

Mensen uit de hoogrisicogroepen hebben een 6 tot 9 maal verhoogd risico op een ernstig ziektebeloop en sterfte door COVID-19. Dit risico is vergelijkbaar met het risico van een 70 jarige. Tot deze specifieke hoogrisicogroepen behoren mensen met:

  • morbide obesitas:
  • mensen met het syndroom van Down; 
  • patiënten met neurologische aandoeningen waardoor de ademhaling gecompromitteerd is 
  • (in de nabije toekomst) ernstig immuungecompromitteerde patiënten met:
    • een hematologische maligniteit gediagnosticeerd in de laatste 5 jaar;
    • ernstig nierfalen of dialyse;
    • status na orgaan- of stamcel of beenmergtransplantatie;
    • een plaats op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie;
    • een primaire immuundeficiëntie.

Deze hoogrisicogroepen zullen daarom worden geprioriteerd bij vaccinatie. De vijf bovenstaande groepen met ernstige immuunsuppressie en de groep met een neurologische aandoening waardoor de ademhaling gecompromitteerd is, zullen via de behandelende specialisten in april worden gevaccineerd. De immobiele mensen uit deze groep melden zich bij de huisarts voor vaccinatie aan huis. Bij deze ernstig immuungecompromitterde hoogrisicogroepen heeft een mRNA-vaccin de voorkeur. Echter, in deze fase van de pandemie is snelheid van vaccinatie voor het bereiken van bescherming belangrijker dan de vaccinkeuze. Dit betekent dat als personen uit de genoemde vijf hoogrisicogroepen met ernstig immuungecompromitteerde patiënten van 60-64 jaar eerder worden opgeroepen voor vaccinatie met het AstraZeneca vaccin (via de huisarts of via hun werkgever in geval van zorgpersoneel), het advies is gebruik te maken van dit aanbod. Alleen als het moment van vaccinatie met een mRNA-vaccin via het ziekenhuis al gepland is, kan men kiezen daar op te wachten.

Medische risicogroepen

Naast de hoogrisicogroepen zijn er medische risicogroepen met een 1 tot 2 maal verhoogd risico op een ernstig ziektebeloop en sterfte door COVID-19. Dit risico is vergelijkbaar met het risico van de groep 50 tot 59 jarigen zonder medisch risico. Dit zijn de patiënten die jaarlijks in aanmerking komen voor een griepvaccinatie:

  • patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
  • patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
  • patiënten met diabetes mellitus;
  • patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
  • patiënten met een afweerstoornis of behandeld met immuunsuppressiva leidend tot verminderde weerstand tegen luchtweginfecties;

Hieronder vallen de overige immuungecompromitteerde patiënten. Dit is een heterogene groep, zoals die gedefinieerd is bij de indicatiestelling voor de jaarlijkse griepvaccinatie: ‘patiënten met een afweerstoornis of behandeld met immuunsuppressiva leidend tot verminderde weerstand tegen luchtweginfecties’. Deze personen zijn meer of minder immuungecompromitteerd door hun aandoening en/of medicatie. Er is geen specifieke voorkeur voor een mRNA-vaccin bij deze groep in het advies van de Gezondheidsraad. Het vaccinatieschema voor deze medische risicogroep is nu als volgt:

  • Indien zij boven de 65 jaar oud zijn, zal vaccinatie met mRNA-vaccins gebeuren bij de GGD op basis van het leeftijdscohort waar zij deel van uitmaken.
  • Indien zij 60-64 jaar zijn, zal vaccinatie met het AstraZeneca-vaccin plaatsvinden via het nationale programma voor 60-64 jarigen bij de huisarts.
  • Voor 18-59 jaar zal vaccinatie plaatsvinden gelijktijdig met het leeftijdscohort van 50-59 jaar op grond van hun medische aandoening. De selectie van personen voor de medische indicatie loopt via de huisarts analoog aan de jaarlijkse selectie voor influenzavaccinatie. Dit vaccinatieschema is gebaseerd op het Gezondheidsraadadvies.

De planning in tijd is afhankelijk van de beschikbaarheid van vaccins.

Vanwege het belang van bescherming tegen ziekte en overlijden is elke vaccinatie voor immuungecompromitteerde patiënten belangrijk, al is er mogelijk sprake van verminderde effectiviteit van vaccinatie ten gevolge van immuundeficiëntie of immuunsuppressie door de fase van de onderliggende ziekte of behandeling, of door gebruik van immuunsuppressiva.

De effectiviteit van mRNA-vaccins en virusplatform-vaccins is onderling niet vergeleken. Beide typen vaccins zijn nog niet onderzocht bij immuungecompromitteerde patiënten. In deze fase van de pandemie wordt geadviseerd om vaccinatie niet uit te stellen tot een moment dat er mogelijk een betere vaccinatierespons verwacht kan worden. Individueel maatwerk is op dit moment niet mogelijk en schuiven met vaccinatieafspraken vanwege de te verwachten start van immuunsuppressiva of chemotherapie evenmin.

Gezien de vaccinschaarste wordt ook geadviseerd altijd gebruik te maken van een aangeboden vaccin en niet te wachten op een mogelijk ander vaccin. Het programma biedt in deze fase geen keuzeruimte en elk type vaccin biedt potentieel bescherming tegen (ernstige) COVID-19. Na vaccinatie blijven nog alle standaard preventieve maatregelen om infectie te voorkomen van kracht, omdat data over effectiviteit van vaccinatie met een vaccin bij immuungecompromitteerde patiënten ontbreken.

De optie om naast de patiënt ook huishoudcontacten van ernstig immuungecompromitteerde patiënten te vaccineren, wordt nog uitgewerkt. Er zijn nog te weinig data over de afname van transmissie na de verschillende vaccins beschikbaar.

Meer informatie waaronder tabellen met specifieke aandoeningen en medicatie, vindt u in de LCI richtlijn COVID-19-vaccinatie van immuungecompromitteerde patiënten en de visual van de rijksoverheid.

← Contra-indicaties | Toediening →

Naar boven