Nederlandse vaccinatiestrategie (COVID-19-vaccinatie)

Landelijke strategie COVID-19-vaccinatie

Het ministerie van VWS vertaalt de COVID-19-vaccinatie adviezen van de gezondheidsraad in een inentingsstrategie. Na goedkeuring van elk vaccin volgt opnieuw een advies van de Gezondheidsraad en een besluit van de minister van VWS over de inzet van het vaccin.

Gezondheidsraad over vaccinatiestrategie COVID-19

In november 2020 heeft de Gezondheidsraad geadviseerd welke groepen als eerste in aanmerking komen voor vaccinatie tegen COVID-19. De raad beschreef 3 verschillende strategieën:

  1. Verminderen (ernstige) ziekte en sterfte als gevolg van COVID-19
  2. Terugdringen verspreiding SARS-CoV-2
  3. Voorkomen maatschappelijke ontwrichting, waarbij de keuze afhangt van de stand van wetenschap en de epidemiologische situatie. In de huidige omstandigheden (uit advies inzet AstraZeneca-vaccin) komen ouderen vanaf 60 jaar als eerste in aanmerking voor vaccinatie, omdat deze groep duidelijk het hoogste risico heeft op (ernstige) ziekte en sterfte (strategie 1). Uit verschillende internationale analyses blijkt dat risico op sterfte vanaf 60 jaar sterk toeneemt. Het risico is ten opzichte van mensen jonger dan 60 jaar:
    1. voor 60- jarigen 2,5 tot 5 maal hoger,
    2. voor 70-jarigen 6 tot 9 maal hoger en 
    3. voor 80-jarigen en ouder 11 tot 21 maal hoger.

Ook wanneer gekeken wordt naar andere parameters van de ziektelast, zoals ‘verloren levensjaren’ en DALY’s (disability adjusted life years; een maat voor verloren levensjaren en levensjaren geleefd in verminderde gezondheid), is de ziektelast het grootst bij ouderen vanaf 60 jaar. Dit kan verklaard worden door de zeer hoge sterfterisico’s bij ouderen.

Ook mensen met bepaalde chronische aandoeningen hebben een verhoogd risico op een ernstig ziektebeloop. Het blijkt dat onder andere longpatiënten, hartpatiënten en diabetespatiënten een 1 tot 2 maal verhoogd risico hebben op sterfte. Op hoofdlijnen zijn het de mensen jonger dan 60 jaar die ook jaarlijks in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza. Dit risico is vergelijkbaar met het risico van de leeftijdsgroep 50-59 jaar zonder medische risico’s. 

Binnen de medische risicogroepen zijn er patiëntgroepen met een 6 tot 9 maal hoger risico op sterfte, vergelijkbaar met dat van mensen rond 70 jaar. 

Het gaat deels om patiënten van wie het immuunsysteem (in de toekomst) ernstig gecompromitteerd is:

  • patiënten met hematologische maligniteit gediagnosticeerd in de laatste 5 jaar;
  • patiënten met ernstig nierfalen of dialyse;
  • patiënten na orgaan- of beenmergtransplantatie;
  • op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie (nieuw besluit 22 maart);
  • patiënten met een primaire immuundeficiëntie;

Bij voorkeur worden deze patiënten gevaccineerd met een mRNA-vaccin. De verwachting is namelijk dat deze vaccins bij deze specifieke patiënten beter werken.
Daarnaast gaat het om:

  • mensen met het syndroom van Down;
  • patiënten met neurologische aandoeningen waardoor de ademhaling gecompromitteerd is;
  • mensen met morbide obesitas (body mass index (BMI) >40).

Bron: Gezondheidsraad. 4 februari 2021

Patiënten die vanuit de huisartsenpraktijk gevaccineerd worden

De doelgroep van de huisarts is anders dan de huisarts gewend is bij de griepprik. Dit heeft te maken met de eigenschappen van de vaccins en de door VWS bepaalde volgorde waarin gevaccineerd wordt: de vaccinatiestrategie. De LHV vraagt bij een aanpassing van de inzet van de huisarts in de vaccinatiestrategie hiervoor mandaat aan de LHV ledenraad.

De Gezondheidsraad heeft geadviseerd de als eerste in Nederland beschikbare vaccins van  BioNTech-Pfizer en Moderna zo veel mogelijk in te zetten voor de meest kwetsbare burgers. Dit zijn bewoners van verpleeghuizen en mensen met een verstandelijke beperking wonend in een instelling en de alleroudsten thuiswonende burgers van oud naar jong.

Het mRNA-vaccin van BioNTech-Pfizer kan alleen op een centrale vaccinatielocatie toegediend worden, omdat het in grote hoeveelheden (199 flacons met daarin 995 vaccins) is verpakt en slechts 5 dagen in een geschikte koelkast bewaard kan worden. Het was daarom alleen mogelijk om de alleroudsten uit te nodigen op een GGD locatie voor vaccinatie. Een deel van deze ouderen zal echter niet in staat zijn om naar een dergelijke locatie te reizen. Deze niet-mobiele patiënten zullen vanuit de huisartsenpraktijk gevaccineerd worden.

De grootte van de verpakking, de beperkte leveringen in het eerste kwartaal van 2021, de beperkingen die gelden voor het vervoer van het Moderna-vaccin en de 15 min. observatietijd maken ook het gebruik van dit vaccin in de individuele huisartspraktijk vooralsnog erg lastig. De eerste leveringen van het Moderna-vaccin worden daarom ingezet voor bewoners van kleinschalige instellingen via de huisartsenposten.

Het AstraZeneca-vaccin is vanaf medio februari beschikbaar voor Nederland en gebruik in de huisartspraktijk. De effectiviteit van het AstraZeneca-vaccin bij ouderen was in eerste instantie onvoldoende bekend. Wel is er bij ouderen een goede immuunrespons gemeten. Om die reden is het AstraZeneca-vaccin in eerste instantie alleen geschikt bevonden voor mensen vanaf 18 tot en met 64 jaar. De gezondheidsraad adviseert het AstraZeneca-vaccin in te zetten om:

  • zorgmedewerkers te vaccineren;
  • intramurale GGZ-cliënten te vaccineren;
  • 64 tot 60 jarigen op volgorde van oud naar jong te vaccineren;
  • de niet immuun-gecompromitteerde hoog COVID-19 risicogroep te vaccineren: thuiswonende mensen met het syndroom van Down en mensen met morbide obesitas (BMI > 40). 

Daarna volgen de 50 tot 60 jarigen en de mensen met een verhoogd risico op COVID-19. Dit is grotendeels dezelfde groep als in aanmerking komt voor de griepprik.

De gezondheidsraad adviseerde 8 maart het AstraZeneca-vaccin ook in te zetten voor mensen van 65 jaar en ouder. Op 23 maart heeft de demissionair minister dit advies overgenomen. Dit maakt het AstraZeneca-vaccin geschikt voor vaccinatie aan huis. Tot de doelgroep behoren mensen die met maximale ondersteuning in verband met immobiliteit, niet in staat zijn naar de vaccinatielocatie te reizen.

Ook de leeftijdsgrens van de thuiswonende mensen met het syndroom van Down en de mensen met morbide obesitas (BMI > 40) die in aanmerking komen voor vaccinatie met AstraZeneca door de huisarts is verhoogd tot 75 jaar. 

De leveringen aan Nederland van het AstraZeneca-vaccin zijn beperkt, waardoor niet iedereen uit de genoemde doelgroep direct gevaccineerd kan worden. De doelgroep is bij de eerste leveringen beperkt tot patiënten geboren in 1956 en 1957, thuiswonende patiënten met het syndroom van Down, patiënten met morbide obesitas (BMI > 40) en vanaf 23 maart de hierboven genoemde groep immobiele mensen. Ook het AstraZeneca-vaccin heeft een observatietijd van 15 minuten in verband met de kans op een anafylactische reactie.

Media maart is in Nederland ruim 1 week niet gevaccineerd met het AstraZeneca-vaccin vanwege het signaal dat een combinatie van trombose en trombocytopenie waargenomen is na vaccinatie. De EMA geeft aan dat de voordelen van vaccinatie vele malen groter zijn dan het mogelijke risico op het zeldzame beeld van DIC (diffuse intravasale stolling) en CVST (cerebrale veneuze sinustrombose) na vaccinatie. Op de website van het RIVM staan vragen en antwoorden over hervatting vaccinatie AstraZeneca.

Op vrijdag 2 april 2021 heeft het ministerie van VWS na meldingen van trombopenie met trombose bij het LAREB besloten om een pause in te lasten met vaccineren van Astra Zeneca van mensen jonder dan 60. Zie nieuwsbericht LHV/NHG/InEen.

Op 7 april 2021 heeft de Pharmacovigilance Risk Assesment Committee (PRAC) van de EMA geconcludeerd dat er waarschijnlijk een causaal verband is tussen het vaccin van AstraZeneca/Vaxzevria en de zeldzame combinatie van trombose en trombocytopenie (Vaccine-Induced Prothrombotic Immune Thrombocytopenia,  VIPIT) en dat het als een zeer zeldzame bijwerking van het vaccin vermeld dient te worden. De bijsluiter van AstraZeneca/Vaxzevria is aangepast.

De gezondheidsraad heeft VWS op 8 april geadviseerd AstraZeneca/Vaxzevria niet meer in te zetten voor mensen jonger dan 60 jaar. VWS heeft dit advies overgenomen.

De doelgroep voor AstraZeneca/Vaxzevria is aangepast. Onder 60 jaar mag niemand meer een eerste prik van AstraZeneca/Vaxzevria in Nederland. Als iemand onder de 60 jaar de eerste prik al ontvangen heeft mag deze onder de 60 jaar wel de 2de prik ontvangen.

De EMA heeft 11 maart het COVID-19 vaccin van Janssen toegelaten tot de Europese markt. De eerste leveringen worden begin april verwacht en het vaccin is geschikt voor gebruik in de huisartspraktijk. De gezondheidsraad heeft een advies uitgebracht over de inzet van dit vaccin. Met dit advies zal VWS de vaccinatiestrategie met het Janssen-vaccin vaststellen. Op 13 april heeft Centre of Disease Control in de USA het vaccineren met Janssen gepauzeerd in verband met vergelijkbare bijwerkingen die bij Astra Zeneca gezien worden. In hoeverre dit de vaccinatie strategie gaat beinvloeden voor Nederland is nu nog niet bekend.

De leveringen en karakteristieken van de vaccins hebben dus grote gevolgen voor de vaccinatiestrategie. VWS wijst het beschikbare vaccin na advies van de Gezondheidsraad afhankelijk van de leveringen telkens aan beperkte groepen toe. De uitvoering wordt verzorgd door de meest geschikte partij met toereikende capaciteit. De huisarts wordt in ieder geval ingezet voor de groepen die alleen door de huisarts geselecteerd of bereikt kunnen worden: patiënten met een medische indicatie voor griepvaccinatie (waaronder ook de jongste ouderen) en de immobiele patiënten die aan huis gevaccineerd moeten worden. Daarnaast wordt verwacht dat er in de maand mei of juni zoveel vaccins beschikbaar komen dat de capaciteit van de GGD aangevuld moet worden met de capaciteit van de huisartspraktijken om zo snel mogelijk zo veel mogelijk Nederlanders te beschermen tegen COVID-19 en daarmee de dreigende overbelasting van de zorg door de huidige toename van besmettingen, voor te blijven. De huidige schatting is dat dit gaat om maximaal 300 tot 500 patiënten per normpraktijk.

Met behulp van de adviezen van de Gezondheidsraad heeft de minister van VWS de vaccinatiestrategie bepaald.

← Leeswijzer | Vaccins →

Naar boven