Actueel (COVID-19-vaccinatie)

Derde vaccinatie

Er zijn in toenemende mate vragen zijn over een derde prik voor non-/low-responders al dan niet op basis van een antistoftiter-bepaling.

Op dit moment is geen mogelijkheid om geïndividualiseerd een derde prik aan te bieden. Ook niet op advies van de huisarts/specialist of op basis van antistoftiter-bepalingen.

Op dit moment is er geen gevalideerde methode om vaccinatie-respons te meten. De vraag is in hoeverre een antistoftitier de bescherming na vaccinatie weergeeft. Ook is niet duidelijk welke cut-off waarden gehanteerd zouden moeten worden. Een niet-gestandardiseerd afgenomen titer heeft daarom geen meerwaarde.

Het is onduidelijk of een derde dosis bij non-/low-responders een verbetering laat zien van cellulaire/humorale immuniteit, en of dit resulteert in minder infecties/opnames/overlijdens.
RIVM heeft een werkgroep van behandelaars van immuungecompromiteerde patiënten welke zich buigt over de vraag of en wanneer een 3e mRNA vaccinatie zinvol is, advies hierover wordt eind augustus verwacht.

Indien er een positief advies uitgebracht wordt door deze werkgroep, zal dat gelden voor groepen patiënten (bijvoorbeeld post-transplantatie patiënten). Geïndividualiseerd beleid (op basis van antistoftiters) is nu niet mogelijk, en wordt ook niet verwacht.

Praktijkpersoneel en patiënten informeren

Kinderen (geboren in 2004 tot 1-7-2009) behorend tot een risicogroep uitnodigen voor vaccinatie bij de GGD

In het kort

De Gezondheidsraad (GR) adviseerde in eerste instantie alleen kinderen met een medisch risico te vaccineren, omdat er meldingen zijn van myocarditis na vaccinatie met het BioNTech/Pfizer-vaccin. Het beloop is over het algemeen mild en behoeft in de meeste gevallen geen behandeling. De GR adviseerde vervolgens op 29 juni alle 12- tot en met 17-jarigen vaccinatie met het BioNTech/Pfizer-vaccin aan te bieden. Zij kunnen vanaf 2 juli een afspraak maken voor vaccinatie bij de GGD.

Huisartsen is naar aanleiding van het eerste GR-advies gevraagd kinderen geboren in 2004 tot 1-7-2009 met een indicatie voor de griepvaccinatie en het syndroom van Down te selecteren en een uitnodiging te sturen voor vaccinatie door de GGD met een BioNTech/Pfizer-vaccin.

Kinderen uit medische risicogroepen, zoals de groep met een indicatie voor de griepprik en met het syndroom van Down, hebben een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19. Bij kinderen kan long COVID-19 eveneens voorkomen, net als het multisystem inflammatory syndrome-children (MIS-C), een zeldzame maar levensbedreigend ernstige ontstekingsreactie van meerdere organen. De GR concludeert dat de voordelen van vaccineren voor kinderen met een medisch risico zodanig zijn dat er niet gewacht kan worden totdat het advies voor alle kinderen gepubliceerd wordt.

Wij verzoeken u om de kinderen met een indicatie voor griepvaccinatie te selecteren en handmatig te controleren. Vul deze selectie vervolgens aan met kinderen met het syndroom van Down en andere u bekende kwetsbare kinderen uit uw praktijk om vervolgens deze kinderen een uitnodigingsset te sturen. Deze vindt u in de alert van de SNPG

Het komt namelijk vaak voor dat kinderen met astma door veranderd medicatiegebruik geen indicatie meer hebben voor griepvaccinatie. Criterium om in aanmerking te komen voor de griepvaccinatie en daarmee BioNTech/Pfizer-vaccinatie is een onderhoudsbehandeling met corticosteroïden.

U hoeft de overige door de GR genoemde doelgroepen niet te selecteren. Dit betreft kinderen met obesitas (≥ graad 2 volgens NHG-Standaard) en kinderen in het kader van ringvaccinatie (vaccinatie om een zeer kwetsbare huisgenoot te beschermen die niet gevaccineerd kan worden). Deze zijn door huisartsen namelijk slecht tot niet te selecteren. Het RIVM kijkt hoe andere partijen, zoals jeugdartsen, hierin een rol kunnen spelen.

Selecteren

De huisarts selecteert kinderen vanaf 12 jaar (geboren in 2004 tot 1-7-2009) die normaal gesproken jaarlijks door de huisartsen worden uitgenodigd voor de griepprik en kinderen met het syndroom van Down voor vaccinatie met BioNTech/Pfizer.

In de NHG-Praktijkhandleiding griepvaccinatie 2020 (PDF) is in detail terug te vinden welke kinderen in aanmerking komen voor de griepvaccinatie.

Dit betreft in grote lijnen:

  • patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen
  • patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie
  • patiënten met DM type 1 en 2
  • patiënten met een matige tot ernstige nierinsufficiëntie
  • patiënten die (recent) een beenmergtransplantatie hebben ondergaan
  • patiënten die geïnfecteerd zijn met hiv
  • kinderen en adolescenten in de leeftijd van 12 tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken (bijvoorbeeld bij reuma)
  • personen met een verstandelijke beperking die in intramurale voorzieningen wonen
  • patiënten met een verminderde weerstand tegen infecties door onderliggende ziektes of bij gebruik van afweerverlagende (immuunsuppressieve) medicatie

Er kunnen patiënten zijn die niet onder een ICPC-code vallen maar wel in aanmerking komen of die juist onterecht geselecteerd zijn. Het onterecht selecteren gebeurt vooral bij de ICPC-code astma. Criterium om in aanmerking te komen voor de griepvaccinatie en daarmee BioNTech/Pfizer-vaccinatie is een onderhoudsbehandeling met corticosteroïden. Veel kinderen uit de selectie blijken daar niet meer aan te voldoen op het moment van uw selectie.

Hieronder volgen een aantal aandachtspunten om bij de controle extra op te letten.

  • Controleer of uw patiënten met astma voldoen aan de eis van corticosteroïdgebruik.
  • Controleer of u kinderen met een zeldzame aandoening met een verminderde afweer, die niet direct uit de selectie zijn gekomen, mist.
  • Kinderen die op dit moment een chemotherapiebehandeling ondergaan (er wordt gekeken of deze groep via het Maxima Medisch Centrum opgeroepen kan worden).
  • Griepweigeraars.
  • ICPC-code A90, aangeboren afwijkingen algemeen. Deze vallen niet onder de griepselectie, maar mogelijk heeft u kinderen hieronder gecodeerd die wel een indicatie hebben.
  • Controleer of uw patiënt met een hartafwijkingen nog onder de indicatie valt. Veel ASD- en VSD-kinderen onder deze code voldoen niet meer aan de eisen voor de griepselectie doordat de ASD/VSD spontaan gesloten is of geopereerd, waarna het risico op hartfalen niet meer aanwezig is (pagina 9 praktijkhandleiding griepvaccinatie 2020).
  • Kinderen met het syndroom van Down hebben de ICPC-code A90.01, waarop niet wordt geselecteerd voor de griepselectie. Deze groep moet u apart toevoegen. De 16- en 17-jarigen uit deze groep kunnen al eerder een uitnodiging ontvangen hebben. Stuur de uitnodiging bij twijfel alsnog.

Overleg als u tegen problemen bij de selectie aanloopt met uw HIS leverancier.

Uitnodigen

Via een alert van de SNPG ontvangt u een digitaal bestand met daarin de uitnodigingsbrief en het informatiemateriaal voor de patiënt. Deze kunt u na inloggen terugvinden op de SNPG-site.

Deze uitnodigingsset bestaat uit de volgende documenten:

  1. Uitnodigingsbrief met speciaal telefoonnummer en toegangscode voor deze groep
  2. Gezondheidsverklaring
  3. Informatie over het delen van gegevens met het RIVM
  4. Infographic

U wordt verzocht deze informatie en de uitnodigingsbrief te printen en te personaliseren. Bijvoorbeeld door de persoonsgegevens via het HIS toe te voegen of door een adressticker op de brief te plakken. Zonder gepersonaliseerde uitnodiging kan de patiënt geweigerd worden bij de priklocatie van de GGD. Verder mag de uitnodigingsbrief niet veranderd worden, omdat dit verwarring geeft bij de priklocaties.

Het pakket met de gepersonaliseerde uitnodigingsbrief en informatie kan via de post naar de patiënt gestuurd worden of opgehaald worden in de praktijk. U kunt de enveloppen van het RIVM gebruiken. Mocht u die niet meer hebben, dan volstaat een blanco envelop. Het RIVM levert geen nieuwe enveloppen en u dient de envelop zelf te frankeren. Er worden gesprekken gevoerd over de vergoeding van de kosten en uw inspanningen.

De uitnodiging bevat een apart telefoonnummer en toegangscode voor deze doelgroep. Zij kunnen niet naar het algemene nummer van het GGD-callcenter bellen. Gezien de leeftijd van de doelgroep is er een apart belscript bij de GGD en zijn de callcentermedewerkers hier speciaal voor getraind. 

De GGD regelt indien nodig in afstemming met het RIVM de toestemming voor vaccinatie. U hoeft de patiënten alleen maar uit te nodigen.

60- tot en met 64-jarigen

Zie de werkinstructie voor meer informatie over het vaccineren van de groep 60 tot en met 64-jarigen.

Vanaf 5 juni mogen mensen uit de doelgroep 60 tot en met 64 jaar die nog geen AstraZeneca-vaccin hebben gekregen een afspraak maken bij de GGD voor vaccinatie met een mRNA-vaccin. Zij ontvangen geen persoonlijke uitnodigingsbrief, maar kunnen direct via het online portal of via het callcenter een afspraak maken.

De gezondheidsraad (GR) heeft geen bezwaar tegen een tweede vaccinatie met het BioNTech/Pfizer-vaccin na eerste vaccinatie met het AstraZeneca-vaccin (heteroloog vaccineren). De praktische uitwerking vergt enige tijd. Vanaf 16 juli is het telefoonnummer van de GGD beschikbaar voor het maken van een vaccinatieafspraak. Een tweede vaccinatie via de huisarts blijft de snelste route. Aanbevolen wordt de tweede vaccinatie met het BioNTech/Pfizer-vaccin minimaal 4 weken na de eerste vaccinatie met het AstraZeneca-vaccin toe te dienen. 

Literatuur heteroloog vaccineren

Citaat GR advies heteroloog vaccineren : Recent zijn de eerste resultaten gepubliceerd van de gerandomiseerde trial naar de immunogeniciteit van heterologe vaccinatie. De publicatie is nog niet beoordeeld door vakgenoten (peer-review). In deze studie kregen ruim 400 mensen van gemiddeld 58 jaar oud twee vaccins toegediend met een interval van vier weken. De combinaties AstraZeneca ― BioNTech/Pfizer en BioNTech/Pfizer ― AstraZeneca werden vergeleken met twee doses AstraZeneca dan wel twee doses BioNTech/Pfizer. De combinatie AstraZeneca gevolgd door BioNTech/Pfizer had geen nadelig effect op de immuunrespons (“non-inferieur”). Het bleek zelfs dat deze combinatie een maand na vaccinatie leidde tot hogere antistofniveaus dan twee doses AstraZeneca. Deze heterologe combinatie leidde ook tot een T-celrespons die sterker was dan de T-celrespons na twee doses AstraZeneca. BioNTech/Pfizer gevolgd door AstraZeneca leidde tot lagere antistofniveaus en een vergelijkbare T-celrespons vergeleken met twee doses BioNTech/Pfizer. Inmiddels zijn er ook enkele andere studies naar heterologe vaccinatie verschenen (waarvan de meeste nog niet peer-reviewed), waarbij voornamelijk is gekeken naar de combinatie AstraZeneca gevolgd door BioNTech/Pfizer. Het betreft vier observationele studies, waarvan drie bij zorgmedewerkers, in de leeftijdsgroep tussen 18 en 60 jaar en waarbij het dosisinterval varieerde tussen 8 en 12 weken.2-5 De uitkomsten wijzen in dezelfde richting, namelijk dat AstraZeneca gevolgd door BioNTech/Pfizer leidde tot vergelijkbare of hogere antistofniveaus en een duidelijke T-celrespons. Echter, door methodologische beperkingen van deze studies kunnen de uitkomsten in zekere mate vertekend zijn.

Niet-mobiele thuiswonende patiënten vanaf 12 jaar

Uw niet-mobiele 60+’ers heeft u al aan huis gevaccineerd met het AstraZeneca-vaccin. 

Uw niet-mobiele thuiswonende patiënten onder de 60 jaar kunt u aanmelden voor vaccinatie door thuisvaccinatie.nl. 

Doelgroepen:

  1. Niet-mobiele thuiswonende patiënten geboren in 1961 tot en 1-7-2009
  2. Niet-mobiele thuiswonende patiënten geboren in 1960 of eerder die AstraZeneca niet konden/wilden/mochten ontvangen

Het aanmeldformulier vindt u in de werkinstructie. Voor aanmelding is het belangrijk na te gaan of de patiënt nog niet gevaccineerd is en wel gevaccineerd wil worden.

Hiernaast heeft VWS een vrijwillige alternatieve route ingeregeld waarbij u als huisarts deze patiënten zelf aan huis kunt gaan prikken. LHV en NHG hebben bij VWS aangegeven dat het niet haalbaar en uitvoerbaar is voor alle huisartsen om aan huis te gaan vaccineren met een mRNA-vaccin. U kunt het nieuwsbericht  van de LHV en NHG hierover lezen en gebruiken in uw afweging om te kiezen voor de externe partij of vrijwillig zelf te gaan vaccineren.

Mocht u ervoor kiezen om uw immobiele patiënten zelf aan huis te gaan vaccineren, dan kunt u de werkinstructie vinden in de SNPG-alert op de  SNPG website.

Bewoners kleinschalige woonvormen

Uw patiënten in kleinschalige woonvormen zijn gevaccineerd door uw huisartsenpost. De laatste stap is het registreren van de vaccinaties. De eigen huisarts dient dit te doen. Uw huisartsenpost levert u hier de gegevens voor aan.

Zie voor meer informatie over het vaccineren van de bewoners in kleinschalige woonvormen de handleiding voor huisartsenposten.

Vaccins en bijwerkingen →

Naar boven