Update 23 oktober 2020

Het beleid voor een zorgmedewerker met klachten in afwachting van een PCR test is verduidelijkt.
Zorgmedewerkers met klachten dienen thuis te blijven tot de uitslag bekend is. Als deze persoon koorts en/of benauwdheidsklachten heeft, dan moeten ook alle huisgenoten thuisblijven tot na de testuitslag.
Zorgmedewerkers zonder klachten, die om andere redenen getest worden mogen wel bij hoge uitzondering en alleen als de continuïteit van zorg in het geding komt blijven werken, indien zij altijd een chirurgisch mondmasker IIR dragen en bij persoonlijke verzorging en lichamelijk onderzoek ook handschoenen dragen. Zie voor uitgebreidere informatie Inzet en testbeleid zorgmedewerkers en de LCI bijlage Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Update 21 oktober

Antigeen(snel)testen COVID-19

De diagnose COVID-19 wordt in de eerste lijn gesteld op basis van een positieve PCR-test. Door de toegenomen vraag naar testen is de huidige PCR-testcapaciteit in de GGD-teststraten te beperkt om aan de volledige vraag te kunnen voldoen. Dit leidt tot knelpunten bij het snel en tijdig inplannen, testen en terugrapporteren van de uitslag van de PCR-test. Er is een grote vraag naar alternatieven in de vorm van snellere testen, ook onder huisartsen. Er zijn daarom veel vragen over de antigeen(snel)testen. In het document ‘Antigeen(snel)testen COVID-19’ kunt u hier meer over lezen. Zie ook ‘Aanvullend onderzoek’.

Voor het stellen van de diagnose COVID-19 bij personen met klachten in de huisartsenpraktijk heeft de PCR-test nog steeds de voorkeur boven de antigeen(snel)test. 

Indien u gebruik maakt van een antigeen(snel)test, dan adviseren wij het volgende:

  1. Gebruik een antigeen(snel)test alléén bij personen met klachten die kunnen passen bij COVID-19, bij voorkeur in de eerste week van ziek zijn. 
  2. Maak géén gebruik van antigeen(snel)testen bij personen zonder klachten of symptomen.
  3. Indien u een antigeen(snel)test gebruikt, let dan op de ‘randvoorwaarden voor uitvoeren van antigeensneltesten’ (zie kader onderin het document ‘Antigeen(snel)testen COVID-19’) waaronder het gebruik van een gevalideerde sneltest.
  4. Draag bij afname en verwerking van de test volledige PBM (zie Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)). 
  5. Interpreteer een positieve sneltest bij personen met klachten of symptomen als voldoende bewijs voor COVID-19; geef de bijbehorende adviezen en meld de infectie bij de GGD. Voor de maatregelen naar aanleiding van een melding van een bevestigde patiënt, zie de LCI-richtlijn COVID-19.
  6. Controleer een negatieve sneltest bij personen met klachten of symptomen met een PCR-test. 
  7. Adviseer zorgmedewerkers met klachten en een negatieve sneltest in afwachting van de uitslag van de PCR test om de adviezen van de LCI te volgen: totdat de testuitslag bekend is, moet de persoon met klachten thuisblijven. Als deze persoon koorts en/of benauwdheid heeft, dan moeten ook alle huisgenoten thuisblijven tot na de testuitslag.

Update 19 oktober 2020

PBM tijdens non-COVID-zorg

De aanbevelingen t.a.v. PBM tijdens non-COVID-zorg zijn aangepast. Vanwege de hoge prevalentie COVID-19 in Nederland wordt in aanvulling op de basisset algemene preventieve adviezen (triage, 1,5m afstand, hygiëneadviezen, thuisblijven & testen bij klachten) het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg geadviseerd. Dit advies is aanvullend op de reeds bestaande adviezen in Persoonlijke beschermingsmiddelen en wordt uitgebreider besproken in het achtergronddocument ‘Preventief gebruik PBM bij patiënten zonder (vermoeden van) COVID-19‘. Tevens is het stroomdiagram ‘Telefonische scheiding patiëntenstromen non-COVID-19 en (mogelijk) COVID-19‘ hier op aangepast.

Voor het preventief gebruik van mondneusbescherming in de non-COVID-zorg zijn de volgende overwegingen van belang:

  • Met triage op klachten blijken in de huisartsenpraktijk, om uiteenlopende redenen, een deel van de symptomatische personen (of personen met een recent risicocontact COVID-19) niet geïdentificeerd.
  • Met het stijgen van de prevalentie wordt de kans op het treffen van een pre- of asymptomatische persoon met COVID-19 hoger.
  • In de recent aangepaste Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARS-CoV-2 van FMS adviseert men om bij patiënten waarbij er géén vermoeden is van COVID-19 preventief gebruik te maken van een chirurgisch mondneusmasker of een face shield indien er sprake is van een langer durend contact (>15min) binnen <1,5m. Huisartsenconsulten duren veelal niet langer dan 15 minuten, maar huisartsen hebben veel contacten per dag met verschillende patiënten (o.a. patiënten die behoren tot een risicogroep voor een gecompliceerd beloop).
  • De handelingen die huisartsen verrichten zijn divers van aard en variëren van weinig risico op transmissie tot risicovolle handelingen afhankelijk van de aard van de handeling en de intensiteit van het contact.

Aanbevelingen

  1. Gebruik bij patiënten zonder vermoeden van COVID-19 preventief mondneusbescherming tijdens het spreekuur.
    • Draag uw gehele werkdag (continu preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR of een face shield.

      OF
    • Draag alléén als u binnen 1,5 meter moet komen (risicogestuurd preventief) een chirurgisch mondneusmasker IIR of een face shield.

      Gebruik een mondneusmasker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden.
  1. Gebruik bij risicovolle handelingen en bij procedures die een groot risico op druppelvorming/spatten naast een chirurgisch mondneusmasker type IIR tevens een beschermende bril of een face shield. Bij voorkeur in combinatie met beschermende schort en wegwerphandschoenen. 

Lees meer over de voor- en nadelen van een face shield in vergelijking tot een mondneusmasker in ‘Gebruik van PBM’.

Alle reanimaties volgens COVID-19 richtlijnen

Momenteel is de prevalentie van COVID-19 dermate hoog dat het advies is om alle slachtoffers > 12 jaar met een circulatiestilstand bij een reanimatie te beschouwen als ‘Veronderstelde of bewezen COVID-19’. Zie ook Reanimatie ten tijde van COVID-19 en het document ‘Reanimatie ten tijde van de COVID-19 pandemie’. Dit advies volgt het besluit hierover van de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) op 9-10-2020.

Landelijke lancering CoronaMelder

  • Zaterdag 10 oktober heeft het ministerie van VWS De Coronamelder-app gelanceerd. De app stuurt een bericht als de gebruiker enige tijd in de buurt – binnen anderhalve meter – is geweest van iemand die besmet is met het coronavirus. Ook geeft de app advies over wat men dan het beste kan doen.  
  • In de app wordt verwezen naar Thuisarts.nl als onderdeel van het handelingsperspectief van de gebruiker. Krijgt u vragen van patiënten over de app of de notificaties, dan kunt u verwijzen naar de helpdesk. Deze is bereikbaar via het gratis telefoonnummer 0800-1280. De helpdesk is dagelijks open van 8-20 uur. Verder vindt u op coronamelder.nl antwoorden op de meest gestelde vragen. 

CoronaMelder gebruik door zorgmedewerkers tijdens spreekuren met PBM  

De Coronamelder-app kan niet herkennen of een genotificeerde adequate PBM draagt ten tijde van een contact met een (later) bevestigde COVID-19.  Om onterechte notificaties te vermijden, adviseren wij u om de app tijdelijk te pauzeren tijdens spreekuren/contacten waarbij volledige PBM (dus chirurgisch mondmasker IIR, oogbescherming, handschoenen en schort) wordt gedragen, zodat de app tijdelijk geen codes uitwisselt met andere telefoons. Zie ook: https://lci.rivm.nl/lci.rivm.nl/covid-19/bijlage/zorgmedewerkersinzetentestbeleid.  

Handreiking voor op- en afschalen reguliere poliklinische zorg

De FMS heeft op 13 oktober de Handreiking voor keuzes bij het op-/afschalen van reguliere poliklinische zorg ten tijde van schaarste in de COVID-19 pandemie gepubliceerd. Met input van NHG, LHV en de Patiëntenfederatie Nederland is deze handreiking door de Federatie Medisch Specialisten en de wetenschappelijke verenigingen opgesteld.

De handreiking biedt handvatten aan medisch specialisten en de besturen van zorginstellingen om de reguliere poliklinische zorg zo veel mogelijk te behouden. Hoewel ongewenst, is het afschalen van zorg tijdens deze tweede golf soms onvermijdelijk. De handreiking geeft adviezen over het veilig afschalen van zorg. Ook wijst de handreiking op het belang van het maken van goede afspraken tussen medisch specialisten, ziekenhuizen en huisartsen over de mogelijkheden van verwijzing en follow-up van patiënten.

Update 13 oktober

Antigeen(snel)testen

Op dit moment worden verschillende antigeen(snel)testen gevalideerd voor de Nederlandse situatie. In een aantal GGD-teststraten vindt onderzoek plaats door bij patiënten zowel een PCR als een antigeen(snel)test uit te voeren.
Een aantal van deze antigeen(snel)testen heeft goede testeigenschappen (sensitiviteit en specificiteit), vooral wanneer de test wordt uitgevoerd in de eerste week van klachten. Niet alle patiënten die besmet zijn met SARS-CoV-2 worden gedetecteerd, het betreft vooral die patiënten waarbij sprake is van een aanzienlijke viral load en die dus besmettelijk zijn. De sensitiviteit, het vermogen om SARS-CoV-2 aan te tonen, bij asymptomatische patiënten is onbekend.
Voordat de antigeen(snel)testen in huisartsenpraktijken ingezet kunnen worden, is verder onderzoek nodig naar de mogelijkheden voor èn gevolgen van toepassing van antigeen(snel)testen in de verschillende klinische domeinen (publieke gezondheidszorg, huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, verpleeghuizen etc.). Aan de hand daarvan kan een stappenplan voor de inzet van deze nieuwe testvorm gemaakt worden. Voorbeelden van vragen die nog uitgewerkt moeten worden, zijn:

  • Welke beschermende maatregelen dienen gebruikt te worden bij het inzetten van deze test?
  • Moeten testuitslagen bevestigd worden met een PCR-test?
  • Hoe wordt de meldplicht geborgd?
  • Hoe moet de implementatie/verstrekking van deze antigeen(snel)testen gaan verlopen?

NHG en LHV blijven betrokken bij de implementatie van antigeen(snel)testen en stemmen af met GGD en RIVM. Wij houden u op de hoogte. Lees ook ‘Covid-19: hoe betrouwbaar zijn sneltesten?’

Nieuw op 6 oktober

Aanpassing advies spirometrie

Door de sterke toename van het aantal COVID-19 besmettingen in Nederland is het advies ten aanzien van spirometrie in de eerste lijn per direct aangepast:

  • Verricht geen spirometrie in de huisartsenpraktijk.
  • Behandel voorlopig de patiënten met een sterk vermoeden op astma en COPD als zodanig.
  • Wees terughoudend met het doorverwijzen van patiënten voor een diagnostische spirometrie, tenzij dit klinisch noodzakelijk is en in overleg met de longarts.

Lees meer hierover in ‘Spirometrie tijdens piekprevalentie coronavirus pandemie’.

Verruiming regelgeving bij herregistratie vanwege COVID-19

Het College Geneeskundig Specialismen (CGS) heeft de regelingen rond herregistratie en opleiding van maart dit jaar verruimd. U vindt deze coulanceregeling voor herregistratie op de KNMG-website. Hier vindt u ook de veelgestelde vragen over herregistratie in tijden van COVID-19 en een samenvattende tabel herregistratie-eisen vanwege COVID-19. 

Alcoholgebruik tijdens de coronacrisis

Het Trimbos-instituut heeft de infosheet Alcoholgebruik tijdens de coronacrisis gepubliceerd. Deze infosheet geeft informatie over het alcoholgebruik tijdens de coronacrisis en wat je hieraan kunt doen als professional. De infosheet gaat in op de verschillende fases van de coronacrisis, wat we nu weten over het alcoholgebruik voor en na de crisis, wat de risicogroepen zijn en waarom het belangrijk is om juist nu als professional problematisch alcoholgebruik te signaleren. In het NHG-dossier coronavirus (zie Psychosociale zorg) vindt u meer informatie die u kan helpen bij de psychosociale zorg in de huisartsenpraktijk gedurende de coronacrisis.

Nieuw op 29 september

Praktische tips voor PBM bij non-COVID-19 patiënten

De prevalentie van COVID-19 neemt toe. Om ervoor te zorgen dat de non-COVID-19 zorg zo veel mogelijk doorgang houdt, ook tijdens de tweede coronagolf, en verdere verspreiding te beperken geeft het NHG praktische overwegingen met betrekking tot gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) in aanvulling op de reeds bestaande aanbevelingen in ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen’.

Bijvoorbeeld in de volgende gevallen kunnen aanvullende beschermende maatregelen wenselijk zijn: 

  • U werkt in een gebied met een hoge prevalentie van COVID-19 (zie Achtergronden). 
  • U werkt met patiëntencategorieën waarin de prevalentie van COVID-19 verhoogd is. 
  • U verleent ook zorg aan personen die extra kwetsbaar zijn. 
  • U behoort zelf tot een kwetsbare categorie. 
  • U wilt niet bij elke patiënt de afweging maken of PBM geïndiceerd zijn. 
  • U wilt uzelf, andere praktijk medewerkers en patiënten extra beschermen, bijvoorbeeld om uitval te voorkomen.   

Overweeg dan tijdens alle non-COVID-zorg het volgende:  

  • Aanvullende PBM voor zorgverleners
    Overweeg routinematig een doktersjas te dragen tijdens het spreekuur met daarnaast een van de volgende opties:
    • Draag uw gehele werkdag een chirurgisch mondneusmasker IIR. Vul dit aan met een bril/faceshield en zo nodig handschoenen als u binnen 1,5 meter komt, bijvoorbeeld voor lichamelijk onderzoek. 

      OF

    • Draag alléén als u binnen 1,5 meter moet komen een chirurgisch mondneusmasker IIR met een beschermende bril/faceshield en zo nodig handschoenen. 

      Gebruik een masker maximaal 3 uur aaneengesloten; verwissel het eerder als het nat is geworden.
  • PBM voor bezoekers van de praktijk 
    • Verzoek iedereen die de praktijk binnengaat een (niet medisch) mondneusmasker te gebruiken en de handen te desinfecteren. 

Bij risicovolle handelingen en bij procedures met groot risico op druppelvorming/spatten bij patiënten zonder verdenking op COVID-19 volgt u de bestaande aanbevelingen in ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen’. Hier staan ook de verdere randvoorwaarden en eisen benoemd.  

Dexamethason bij COVID-19 in de eerste lijn

Het NHG heeft een literatuuronderzoek uitgevoerd over het gebruik van dexamethason als behandeling bij COVID-19 patiënten in de eerste lijn. We zijn gekomen tot de volgende aanbevelingen: 

  • Het toedienen van dexamethason aan COVID-19 patiënten in de eerste lijn wordt niet aanbevolen wegens het ontbreken van bewijs voor effectiviteit in de eerste lijn.
  • Voor het toedienen van dexamethason bij zuurstofbehoeftige COVID-19 patiënten die zuurstofondersteuning krijgen in de thuissetting en die niet opgenomen willen worden, wordt consultatie van een longarts aanbevolen. 

Nieuw op 24 september

Kinderen en COVID-19

Gegevens van het RIVM laten zien dat zowel voor kinderen van 0 t/m 6 jaar als voor de leeftijdscategorie 7 t/m 12 jaar het percentage positieve testen laag is; 0,8%. Het percentage positief geteste kinderen in het kader van bron en contactonderzoek is daarentegen een stuk hoger. Dit komt overeen met het algehele beeld: het percentage coronavirus-positieve testen is het hoogst bij mensen die bij klachten getest worden in het kader van bron- en contactonderzoek, namelijk 17,0%. Meer informatie leest u in ‘Kinderen en COVID-19’. Recent heeft het RIVM de maatregelen voor kinderen van 7 t/m 12 jaar met alleen verkoudheidsklachten gewijzigd ten aanzien van testen en thuisblijven. 

Het NHG past, in afstemming met het RIVM, de leeftijdsgrens voor kinderen met alleen verkoudheidsklachten ten aanzien van het gebruik van PBM als volgt aan:

  • Kinderen t/m 12 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder PBM gezien worden indien:
    • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
    • ze géén volwassen gezinslid hebben met klachten passend bij COVID-19 én
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid en/of koorts
  • Bij kinderen vanaf 13 jaar met vermoeden van COVID-19 worden net als bij volwassenen persoonlijke beschermingsmiddelen voor druppel- en contactisolatie aanbevolen.

Nieuw op 4 september

  • De informatie over het reinigen en desinfecteren van een voorzetkamer is verduidelijkt en uitgebreid. Zie voor het gehele advies ten aanzien van de reiniging van de voorzetkamer Spirometrie tijdens pandemie coronavirus. Gebruik bij voorkeur een voorzetkamer die uit elkaar kan omdat deze makkelijker te desinfecteren zijn, of patiëntgebonden voorzetkamers. Tevens wordt het bij voorzetkamers van kunststof aanbevolen om na reiniging en desinfectie de voorzetkamer te spoelen met water en zeepsop in verband met de statische lading.  
  • Het advies ten aanzien van vernevelen in de eerste lijn ten tijde van de COVID-19 pandemie is verduidelijkt. Vernevelen wordt afgeraden omdat het een aerosolvormende handeling betreft met een hoog risico op contaminatie van de gehele ruimte en eventuele omstanders. Het advies is om in plaats van vernevelen maximaal gebruik te maken van alternatieve medicatie. 
  • Het RIVM heeft het beleid ten aanzien van testen en inzetten van zorgmedewerkers aangepast. Het beleid is nu eenduidiger en aangepast in lijn met het algemeen verscherpt quarantainebeleid. Daarnaast is de quarantaineperiode verkort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Voor meer informatie zie Inzet en testbeleid zorgmedewerkers

Nieuw op 28 augustus

Vanuit het NHG is een literatuuronderzoek verricht naar het effect van deze hydroxychloroquine-(combinatie)therapie als behandeling bij patiënten in de eerste lijn met (een vermoeden van) COVID-19. Het advies van het NHG is om HCQ-(combinatie)therapie niet te gebruiken bij de behandeling van niet-gehospitaliseerde patiënten met COVID-19. De aanbevelingen, methodologie en details van de onderzoeken vindt u in het corona dossier.

Nieuw op 19 augustus

Deelnemen aan bijeenkomsten, trainingen en dergelijke
Het is uw eigen afweging om al dan niet deel te nemen aan fysieke bijeenkomsten. Het advies van de LHV voor bijeenkomsten voor en met huisartsen blijft ongewijzigd, en dat is: ga uit van de basisregels van de overheid. Vermijd drukte, houd anderhalve meter afstand van anderen en voor bijeenkomsten binnen geldt maximaal 100 personen per ruimte met vaste zitplaatsen (exclusief personeel). De voorkeur gaat uit naar virtuele bijeenkomsten. Omdat u als huisarts door uw werk een bijzondere positie inneemt, adviseren wij u extra voorzichtig te zijn. Blijf daarom steeds uw eigen zorgvuldige afweging maken over de noodzaak van een bijeenkomst, voordat u met een groep huisartsen bij elkaar komt voor bijvoorbeeld scholing. Neem daarbij ook in uw overweging mee of de aanwezige huisartsen/zorgverleners allemaal uit één regio komen, gezien het belang om de continuïteit van zorg te kunnen garanderen.

Naar boven