Nieuw op 21 juli

Patiënten met luchtwegklachten in de wachtkamer

In een eerdere fase van de epidemie met een hoge incidentie van COVID-19 is men op veel plaatsen in de eerste lijn overgegaan op het scheiden van patiëntenstromen, bijvoorbeeld door te voorzien in een aparte wachtkamer, een apart spreekuur voor patiënten met vermoeden van COVID-19, soms zelfs op een andere locatie.

Op dit moment zijn de incidentiecijfers van COVID-19 in Nederland laag. Het is niet voor alle praktijken haalbaar en noodzakelijk om deze aparte voorzieningen in stand te houden. Op ‘Patiënten met (vermoeden van) COVID-19 in de wachtkamer’ leest u welke afwegingen u kunt maken bij het inplannen van een consult.

Reanimatie ten tijde van COVID-19

De besmettelijkheid van het coronavirus en de mogelijke gevolgen daarvan voor de huisarts, maken dat de wijze waarop de reanimatie wordt uitgevoerd tijdelijk aangepast dient te worden.

Aangezien de prevalentie van COVID-19 in de tijd, maar ook per regio kan wisselen, zal door de huisarts steeds een afweging gemaakt moeten worden tussen maximale zorg voor de patiënt enerzijds en veiligheid voor de huisarts anderzijds. Hierbij speelt ook de kans dat een patiënt COVID-19 heeft mee. Het document ‘Reanimatie ten tijde van COVID-19’ geeft de huisarts handvatten welke afwegingen te maken omtrent de wijze van reanimeren en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Spirometrie tijdens pandemie coronavirus

Er zijn veel vragen vanuit het veld ten aanzien van het heropstarten van het spirometrie onderzoek. Er zijn diverse richtlijnen beschikbaar en recent zijn door de NHG-Expertgroep CAHAG (aanvullende) adviezen geformuleerd over de uitvoering van een spirometrie. Een samenvatting van alle geldende adviezen vindt u in ‘Spirometrie tijdens pandemie coronavirus’.

Belangrijke punten hierin zijn:

  • Verricht enkel spirometrie als hiermee een duidelijke zorgvraag beantwoord wordt.
  • Voer geen spirometrie uit bij enig vermoeden op een actieve verkoudheid (zoals hoestklachten of koorts). Het vooraf verrichten van een PCR COVID-19 test is geen alternatief, dit in verband met de kans op een fout-negatieve uitslag.
  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen (chirurgisch masker IIR in combinatie met face shield of bril), of neem plaats achter een spatscherm.
  • Gebruik altijd een bacteriefilter. Let op dat het gebruik van niet standaard meegeleverde filters de uitslag kan beïnvloeden.
  • Gebruik wegwerp neusklemmen en mondstukken, desinfecteer de overige materialen met alcohol na huishoudelijke reiniging volgens de geldende voorschriften. Neem contact op met de fabrikant bij twijfel over de wijze van desinfectie van een specifiek onderdeel.
  • Zorg voor adequate continue ventilatie en lucht voldoende tussen spirometrie-testen door, afhankelijk van de mogelijkheden in de praktijk.
  • Verwijs voor spirometrie indien het onderzoek niet volgens deze adviezen kan worden uitgevoerd.

Ergotherapie Nederland heeft recent de samenvatting van de Handreiking Ergotherapie bij COVID-19-cliënten in de herstelfase gepubliceerd. Ergotherapie richt zich op patiënten die, als gevolg van het doormaken van COVID-19, langdurige of blijvende beperkingen ondervinden in het dagelijks functioneren op het gebied van zes verschillende domeinen:

  • Longproblematiek bij dagelijkse activiteiten
  • Gevolgen van langdurige immobilisatie in dagelijkse activiteiten, zoals verminderde spierkracht, vermoeidheid, problemen met de arm-handfunctie en (risico op) decubitus, oedeem en contracturen.
  • Cognitieve problematiek bij dagelijkse activiteiten
  • Psychische klachten, slaapproblemen en de gevolgen voor de uitvoer van dagelijkse activiteiten
  • Werkhervatting
  • (Over)belasting van de mantelzorger in dagelijkse activiteiten.

Nieuw op 30 juni

Kinderen en COVID-19

Op basis van gegevens van GGD’en blijkt dat kinderen van 0-17 jaar 0,9% van alle gemelde patiënten met COVID-19 in Nederland vertegenwoordigen, terwijl zij 20,7% van de bevolking uitmaken. Ook internationaal onderzoek bevestigt dat het percentage kinderen onder de bevestigde COVID-19 patiënten klein is, variërend van 1% bij jongere kinderen tot 6% bij oudere kinderen. Daarnaast laat internationaal onderzoek zien dat bij clusters van patiënten bijna altijd volwassenen de bronpatiënt zijn. De Nederlandse gegevens bevestigen dit beeld: kinderen spelen een kleine rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. Meer informatie leest u in Kinderen en COVID-19.

Het NHG komt, in afstemming met het RIVM, tot onderstaande adviezen voor kinderen met klachten passend bij COVID-19 t.a.v. gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Kinderen t/m 6 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder PBM gezien worden indien:
    • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
    • ze géén volwassen gezinslid hebben met klachten passend bij COVID-19 én
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid al dan niet met koorts.
  • Bij kinderen vanaf 7 jaar met vermoeden van COVID-19 worden net als bij volwassenen persoonlijke beschermingsmiddelen voor druppel- en contactisolatie aanbevolen.
  • Als de klachten van een kind als herkenbaar onveranderd passen bij een reeds bestaande aandoening (zoals hooikoorts of astma), zijn PBM niet nodig.

Nieuw op 26 juni

Organisatie van het vaccinatiespreekuur in de huisartsenpraktijk in tijden van COVID-19
Het NHG publiceert vandaag een addendum bij de NHG-Praktijkhandleidingen ‘Griepvaccinatie’ en ‘Pneumokokkenvaccinatie’. Het addendum biedt extra invulling en handvaten om de organisatie van het vaccinatiespreekuur zo veilig (voor patiënt en zorgverlener) en efficiënt mogelijk (gezien de omstandigheden) in te vullen. Meer informatie leest u in het nieuwsbericht Vaccinatiespreekuren in tijden van COVID-19.

Nieuw op 25 juni

Voor het bieden van psychosociale zorg aan naasten van patiënten met ernstige COVID-19, zijn een drietal documenten ontwikkeld door een multidisciplinaire werkgroep namens PZNL in samenwerking met ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum.

Nieuw op 24 juni

  • De informatie over de symptomatologie van COVID-19 is geactualiseerd. Een groot deel van de patiënten met COVID-19 presenteert zich met koorts en luchtwegklachten (hoesten en/of kortademigheid); daarnaast wordt een breed palet aan klachten gemeld. De frequentie waarin de symptomen worden gemeld, wisselt sterk per studie en de populatie die onderzocht is.
  • Waar in het begin van de pandemie voornamelijk de klassieke luchtwegklachten bij ernstig zieke COVID-19-patiënten als typerend voor het ziektebeeld COVID-19 werden beschouwd, wordt uit latere studies duidelijk dat COVID-19 zich ook kenmerkt op basis van niet-respiratoire symptomen. Zo zijn anosmie/ageusie en koorts in alle studies onderscheidend en worden ook spierpijn, vermoeidheid en anorexie/verminderde eetlust genoemd.
  • Sinds de coronapandemie is het van belang om bij alle patiënten die gezien moeten worden te beoordelen of (mogelijk) sprake is van COVID-19. Dit heeft gevolgen voor het gebruik van PBM tijdens de verschillende spreekuren en visites. In ‘Telefonische triage’ staat een advies naar welke klachten gevraagd kan worden die verdacht zijn voor COVID-19. Hierin zijn kleine aanpassingen gedaan waarbij de informatie over de symptomatologie verwerkt is.

Nieuw op 23 juni

  • De risicogroepen voor COVID-19 zijn aangepast op de volgende punten:
    • De nieuwe definitie voor hartaandoeningen is: “mensen met een chronische stoornis van de hartfunctie, die daardoor in aanmerking komen voor griepvaccinatie”. Zij hoeven dus niet meer onder behandeling van een cardioloog te zijn.
    • Bij de risicogroep mensen die ouder zijn dan 70 jaar is o.a. de volgende verduidelijking toegevoegd: “Kwetsbare ouderen die moeite hebben om hun zelfredzaamheid te behouden, lopen meer risico dan vitale ouderen. Kwetsbaarheid neemt toe met de leeftijd en kan zich uiten op verschillende gebieden.”

Nieuw op 12 juni

  • Inzet en testbeleid zorgmedewerkers
    In de huidige fase van de uitbraak wordt ingezet op maximale controle van COVID-19 onder andere door intensieve contactopsporing. Daarom heeft het RIVM het beleid ten aanzien van testen en inzetten van zorgmedewerkers op een aantal punten gewijzigd:
    • De symptomen passend bij COVID-19 zijn verruimd. Een onderbouwing hiervoor is te vinden op de website van het RIVM.
    • Voor alle zorgmedewerkers met klachten die getest worden, geldt om thuis te blijven totdat de testuitslag bekend is. Hierbij wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen medewerkers met of medewerkers zonder koorts. De reden voor deze aanpassing is dat er voldoende testcapaciteit is, er dus snel getest kan worden en de testuitslag snel bekend is, in principe binnen 24 uur.
    • Er is toegevoegd wat een zorgmedewerker moet doen als die een huisgenoot of nauw contact heeft die COVID-positief is of die koorts en/of benauwdheid heeft. Dit komt voort uit het verder uitgebouwde beleid rondom bron- en contactonderzoek.

Nieuw op 9 juni

  • Informatie over de nazorg na een COVID-19 infectie is uitgebreid n.a.v. de leidraad Nazorg voor patiënten met COVID-19.
  • De kaderhuisartsen van de HartvaatHAG hebben een advies gepubliceerd voor het opstarten van de ketenzorg na de corona-lockdown.
  • Coronatesten bij de huisarts ook volledig vergoed
    Het ministerie van VWS geeft met een factsheet duidelijkheid over de uitgangspunten voor de financiering van coronatesten. Lees meer over de financiering van coronatesten bij de huisarts op de website van de LHV.
  • In veel huisartsenpraktijken is de laatste weken de werkwijze weer aangepast ten opzichte van het hoogtepunt van de corona-uitbraak. Het is belangrijk dat patiënten weten hoe het precies in uw praktijk is geregeld. Dat helpt ook om begrip te kweken onder patiënten over de beperkingen waar u mee te maken heeft in de zorgverlening en de praktijkvoering. Hoe zorgt u dat de patiënten goed op de hoogte zijn van de bereikbaarheid en werkwijze in uw praktijk? De LHV geeft hiervoor een aantal tips. Ook de NZa heeft een handige informatiekaart.

Naar boven