Nieuw op 30 juni

Kinderen en COVID-19

Op basis van gegevens van GGD’en blijkt dat kinderen van 0-17 jaar 0,9% van alle gemelde patiënten met COVID-19 in Nederland vertegenwoordigen, terwijl zij 20,7% van de bevolking uitmaken. Ook internationaal onderzoek bevestigt dat het percentage kinderen onder de bevestigde COVID-19 patiënten klein is, variërend van 1% bij jongere kinderen tot 6% bij oudere kinderen. Daarnaast laat internationaal onderzoek zien dat bij clusters van patiënten bijna altijd volwassenen de bronpatiënt zijn. De Nederlandse gegevens bevestigen dit beeld: kinderen spelen een kleine rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. Meer informatie leest u in Kinderen en COVID-19.

Het NHG komt, in afstemming met het RIVM, tot onderstaande adviezen voor kinderen met klachten passend bij COVID-19 t.a.v. gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Kinderen t/m 6 jaar met verkoudheidsklachten (loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn) kunnen zonder PBM gezien worden indien:
    • ze géén contact zijn van een bevestigde COVID-19 patiënt én
    • ze géén volwassen gezinslid hebben met klachten passend bij COVID-19 én
    • er géén sprake is van hoesten en/of benauwdheid al dan niet met koorts.
  • Bij kinderen vanaf 7 jaar met vermoeden van COVID-19 worden net als bij volwassenen persoonlijke beschermingsmiddelen voor druppel- en contactisolatie aanbevolen.
  • Als de klachten van een kind als herkenbaar onveranderd passen bij een reeds bestaande aandoening (zoals hooikoorts of astma), zijn PBM niet nodig.
Naar boven